|
|
| Achtervoegsel: |
Verklaring en voorbeeld: |
|
|
| -agra |
Met betrekking tot al dan niet hevige pijn. Voorbeeld: gonagra, jicht in een knie of in de knieën ofwel artritis urica. |
-algie, -algia of -algesie |
Geeft aan dat er pijn bestaat. Voorbeeld 1: neuralgie of neuralgia, zenuwpijn. Voorbeeld 2: hypoalgesie of hypalgesie, vermindering van het pijngevoel. |
| -ase |
Een achtervoegsel wat aangeeft dat het hier om een enzym gaat. Voorbeeld 1: sacharase, een enzym wat sacharose splitst in fructose en glucose. Voorbeeld 2: aminotransferase (transaminase), een enzym wat benodigd is bij de omzetting van aminozuren. |
| -blast |
Betrekking hebbend op de kiem en het vormen. Voorbeeld: osteoblasten, bindweefselcellen die zorgen voor het vormen van been. |
| -chilie |
Betrekking hebbend op de lip of lippen. Voorbeeld: lagochilie, een aangeboren spleet in de bovenlip, de zogenaamde hazenlip ofwel labium leporinum. |
| -cide |
Duidt op een dodende werking. Voorbeeld: bactericide, in staat tot het doden van bacteriën. |
| -clasie of -clasis |
Betreft fragmentatie, uiteenvallen of scheuring. Voorbeeld: osteoclasie of osteoclasis, een door osteoclasten veroorzaakte abnormale afbraak van beenweefsel. |
| -clast |
Met betrekking tot afbraak of afsterven van cellen in het lichaam. Voorbeeld: osteoclast, een reuzencel met tientallen celkernen die botweefsel absorbeert en afbreekt. |
| -cyt |
Betrekking hebbend op de cel of cellen. Voorbeeld: leukocyt, een witte bloedcel. |
| -dynie |
Pijn betreffend. Voorbeeld: stomatodynie, pijn in de mond of stoma. |
| -ectasie |
Deze uitgang houdt een verwijding of uitzetting (dilatatie) dan wel uitrekking (distentie) in. Voorbeeld 1: angiëctasie, een verwijding van bloedvaten of haarvaten (capillairen) met als gevolg een rood gezwel of rode vlek. Voorbeeld 2: bronchectasie of bronchiëctasie, een chronische (blijvende) verwijding van een luchtpijpvertakking of bronchus. |
| -ectomie |
Een chirurgische verwijdering of uitsnijden (excisie) betreffend. Voorbeeld: strumectomie of thyroïdectomie, het langs chirurgische weg verwijderen van (een deel van) de schildklier of glandula thyroidea. |
| -emie |
Dit achtervoegsel doelt op de concentratie of spiegel in het bloed. Voorbeeld 1: glycemie, de bloedglucosespiegel of suikerspiegel, het is een maat voor de hoeveelheid glucose die in het bloed is opgelost. Voorbeeld 2: uremi, een te hoog gehalte aan ureum in het bloed. Dit door een onvermogen van de nieren veroorzaakte verschijnsel noemt men ook wel urinevergiftiging. |
| -fiel |
In de betekenis van aangetrokken tot of met neiging tot. Voorbeeld: hydrofiel, gemakkelijk vocht en water kunnen aantrekken of opnemen dan wel absorberen. Hydrofiel is eigenlijk slechts opgebouwd uit een voorvoegsel en een achtervoegsel. |
| -fobie |
Angststoornis, overmatige angst of vrees. Voorbeeld: claustrofobie, angst voor het betreden van besloten en kleine ruimten zoals een lift. |
| -fonie of -phonia |
Geluid betreffend. Voorbeeld: dysfonie of dysphonia, een - bij een zangstem in het bijzonder - optredende stoornis in de stemvorming ofwel gebrekkige of verkeerde vorming van de stem. |
| -geen |
Veroorzaakt of verwekt door, dan wel uitgaande van. Voorbeeld: pathogeen ofwel ziekte verwekkend. |
| -genese |
Achtervoegsel het ontstaan, de ontwikkeling, voortbrenging, vorming of wording betreffend. Voorbeeld 1: embryogenese: de voortbrenging, vorming en ontwikkeling van het embryo. Voorbeeld 2: antropogenese: studie naar de afstamming, erfelijkheid en ontwikkeling van de mens. |
| -gnosie of -gnosia |
Betreft het vermogen om abstracte en concrete dingen waar te nemen. Voorbeeld: paragnosie of paragnosia, helderziendheid of telepathie. |
| -grafie |
Het schrijven of afbeelden betreffend. Voorbeeld: angiografie, onderzoek aan bloedvaten door middel van röntgenfoto's. |
| -gram |
Betreffende het registreren of optekenen dan wel schrijven. Een voorbeeld: electrocardiogram (ECG), het optekenen van de hartbewegingen middels een curve zodat onder andere het hartritme en de toestand van de hartspier duidelijk wordt. |
| -iatrie |
De geneeskunde betreffend. Voorbeeld: psychiatrie, dat deel van de geneeskunde dat zich toespitst op het behandelen en bestuderen van psychische stoornissen. |
| -ide |
Gelijkend op. Voorbeeld: tuberculide, een afwijking van de huid als allergische reactie op tuberkelbacteriën die op een andere plaats in het lichaam aanwezig zijn. |
| -itis |
Betreft ontsteking. Voorbeeld: neuritis ofwel zenuwontsteking. |
| -logie |
Kennis, leer, wetenschap of onderdeel daarvan. Voorbeeld: antropologie ofwel menskunde, de leer van de mens en zijn natuurlijke eigenschappen. |
| -lyse of -lysis |
Betreft oplossing of afbraak. Voorbeeld: hemolyseof hemolysis, het afbreken van de rode bloedlichaampjes of erytrocyten. |
| -megalie |
In de betekenis van vergroting of groot. Voorbeeld: cytomegalie, vergroting van cellen. |
| -metrie |
Met betrekking tot het meten of de meting. Voorbeeld: Ph-metrie is een onderzoek waarbij met een slangetje of sonde de zuurgraad in de slokdarm wordt gemeten. |
| -nomie |
Betreffende wet of regel (nomos). Voorbeeld: haptonomie is een wetenschap die de wetmatigheden van het menselijke gevoelsleven en de tastzin bestudeert. |
| -oïd of -oïdes |
Betekent gelijkend op. Voorbeeld 1: tuberculoïd oftewel op tuberculose lijkend. Voorbeeld 2: lupoïdes oftewel lijkend op lupus, een huidziekte. |
| -oma of -oom |
Een gezwel betreffend. Voorbeeld: blastoma of blastoom, een actief gezwel met als kenmerk bijzondere groei en vorming van nieuw weefsel. |
| -opie |
Met betrekking tot het zien of het zicht. Voorbeeld: amblyopie, een manco aan gezichtsvermogen wat aangeboren of verworven is. Men noemt dit ook wel een lui oog. |
| -opsie |
Het zien en onderzoek betreffend. Voorbeeld: biopsie, chemisch of microscopisch onderzoek van deeltjes van weefsel. |
| -ose of -osis |
Met ziekte of aandoening als betekenis, veelal niet gerelateerd aan een ontsteking (-itis). Voorbeeld: neurose of neurosis, een verzamelbegrip voor psychische stoornissen en ziekelijke reacties. |
| -pathie |
Een ziekte of aandoening betreffend. Voorbeeld: nefropathie ofwel ziekte van de nieren. |
| -penie |
Te weinig, een gebrek of tekort betreffend. Voorbeeld: trombocytopenie, een (tijdelijk) tekort aan het aantal bloedplaatjes of trombocyten. |
| -pexi |
Vasthechting of fixatie. Voorbeeld: desmopexi, het langs operatieve weg fixeren van een ligament of strook bindweefsel. |
| -plasie |
Betreffende de vorming, groei of het ontstaan. Voorbeeld: desmoplasie, de vorming van bindweefselachtig of fibreus weefsel. |
| -plastiek |
Het herstellen of vormen betreffend. Mammaplastiek of mammoplastiek hier als voorbeeld, een plastisch chirurgische ingreep aan de borst. Dit kan onder andere een borstvergroting of borstverkleining zijn. |
| -plegie |
Verlamming betreffend. Voorbeeld: hemiplegie, een verlamming aan één zijde van het lichaam. |
| -poëse of -poëtisch |
Met betrekking tot de vorming van, opbouw of ontwikkeling. Voorbeeld: hemopoëse of hemopoëtisch ofwel de bloedaanmaak, bloedvorming of het vormen van bloedcellen. |
| -prieve |
Een tekort, gebrek of het ontbreken van iets. Voorbeeld: ferriprieve anemie, een ijzertekort. |
| -rhoea |
Een vloed of te hevig. Voorbeelden: diarrhoea, buikloop en menorrhoea of menorragie, een sterk vermeerderde menstruatie. |
| -scoop |
Een instrument waarmee een -scopie (zie hier direct onder), een in de meeste gevallen inwendig specialistisch onderzoek, uitgevoerd kan worden. Voorbeeld 1: microscoop, een optisch instrument waarmee kleine voorwerpen, structuren of micro-organismen sterk vergroot bekeken en eventueel ook gefotografeerd kunnen worden. Met de geschikte hulpmiddelen kunnen de beelden, ook terwijl men zelf door de microscoop kijkt, in een computer opgeslagen worden. Voorbeeld 2: bronchoscoop, het instrument waarmee de binnenzijde van de grote luchtpijpvertakkingen (bronchi) en luchtpijp onderzocht kan worden (bronchoscopie of bronchusscopie). |
| -scopie |
Met betrekking tot onderzoek, bekijken of inspecteren. Voorbeeld: endoscopie, het onderzoeken van lichaamsholten en kanalen. |
| -stase of -stasis |
Een toestand van stilstand of stuwing in het lichaam. Twee voorbeelden zijn: bacteriostase of bacteriostasis, een stilstand van de bacteriegroei ofwel het vermogen om bacteriën te verhinderen zich te vermenigvuldigen. |
| -stomie |
Met betrekking tot een stoma, een chirurgische opening. Voorbeeld: gastrostomie, een door middel van een operatie aangelegde opening in de maagwand voor kunstmatige voeding van een patiënt. |
| -tomie |
Met als betekenis insnijding, snede of snijden. Voorbeeld: artrotomie, het chirurgisch opensnijden van een gewricht. |
| -trofie of -trofisch |
De groei en voeding betreffend. Voorbeeld 1: dystrofie, een stoornis in de groei die veroorzaakt wordt door een gebrekkige of onvolwaardige voeding. Voorbeeld 2: dystrofisch, gepaard gaand met dystrofie. |
| -troop |
Betekent hier affiniteit tot, aantrekking of zich richtend tot. Voorbeeld: gonadotroop, met een gonade-stimulerende werking ofwel een regulerende werking op de geslachtsklieren of gonaden (testis en ovarium). |
| -urie |
De urine betreffend. Voorbeeld: pigmenturie, urine die gekleurd is door een vorm van bloedpigment. |
|
|