De verschillende vitaminen

Het woord vitamine is samengesteld uit vita ( = leven) en amine ( = een organisch-chemische verbinding), het zijn voor het leven noodzakelijke organische stoffen. Men ging er van uit dat alle vitaminen een aminestructuur zouden hebben. Naderhand is echter gebleken dat dit maar voor enkele vitaminen opgaat, bijvoorbeeld voor thiamine ofwel vitamine B1.

Ons lichaam heeft voor het goed functioneren van de stofwisseling of metabolisme naast de koolhydraten, eiwitten en vetten nog een vijftigtal essentiële stoffen nodig. Voor het leveren van energie zijn we voor het grootste deel op de koolhydraten en vetten aangewezen. De verteerbaarheid van de eiwitten en het gehalte aan aminozuren in onze voeding bepaalt in hoge mate de kwaliteit hiervan.
We hebben die essentiële, het woord zegt het al, stoffen allemaal ècht nodig! We zullen eerst en vooral vage klachten bespeuren wanneer er een tekort ontstaat aan één of meerdere van deze stoffen. Wanneer er op dit punt dan niet tijdig ingegrepen wordt zal er vrijwel zeker de een of andere kenmerkende afwijking of ziekte ontstaan. We noemen hier:
  • Avitaminose, een ziekte die veroorzaakt word door een gebrek aan vitamine of vitaminen (gebreksziekte), de voorraad van een bepaalde vitamine in het lichaam is dan vrijwel totaal uitgeput. Een veel voorkomende oorzaak is een eenzijdige voeding.
  • Hypovitaminose of vitaminedeficiëntie, door een tekort aan vitamine treedt dan ziekte op.
Qua die stoffen gaat het hier dan over vitaminen, mineralen en sporenelementen. De vitaminen kunnen we in twee groepen verdelen; de eerste groep lost op in vet terwijl de tweede in water oplost. De vitaminen A, D, E, F en K lossen in vet op. In water oplosbaar zijn alle vitaminen van het B-complex en vitamine C die niet of nauwelijks in ons lichaam opgeslagen kunnen worden. Een teveel aan deze vitaminen wordt door ons lichaam in de vorm van urine en zweet weer afgevoerd. De groep vitaminen die in vet oplossen kan het lichaam wel opslaan.
Wanneer we hiervan door middel van onze voeding te weinig binnen krijgen kan ons lichaam deze reserve aanspreken.

De vitaminen, zeker die in water oplosbaar zijn, dienen dagelijks in een voldoende hoeveelheid ingenomen te worden. Dit dan bij voorkeur door een gevarieerde voeding op tafel te zetten en eventueel als aanvulling een kwalitatief goed en uitgebalanceerd voedingssupplement.

Hieronder staat de lijst met de verschillende vitaminen die met behulp van enige testdozen en de Bicom of met electroacupunctuur uit te testen zijn ... Op de foto hier boven ziet u een aantal orthomoleculaire voedingssupplementen die, ten tijde van de eigen opnamen, in de kast stonden. Er ontstond hierdoor dus eigenlijk een willekeurige verzameling 'modellen'. De opname laat verpakkingen van AOV, Biotics, DNH, Orthica en Vitals zien. Er staan ook potjes met vitaminen tussen.

Na een te grote inname of overdosis van vitamine A of vitamine D kunnen verschijnselen van vergiftiging (hypervitaminose) optreden! Gelukkig zal een teveel aan de overige vitaminen via de urine uitgescheiden worden.

Vitamine A of retinol


Vitamine A is reeds vanaf 1913 bekend, werd vroeger axeroftol genoemd en bezit - net als bèta-caroteen - anti-oxidatieve eigenschappen. Bèta-caroteen of provitamine A is de voorloper ofwel precursor van vitamine A en wordt naar gelang de behoefte daar in omgezet. Dit vitamine wordt dikwijls in verband gebracht met het gezichtsvermogen, dus het netvlies (retina) van het oog waaraan het de naam ontleent. Vitamine A heeft nog veel andere functies zoals het reguleren van groei, botvorming, activiteiten in epitheelweefsels (hoornvlies en gezondheid van de huid), verschillende mucosa - in het darmkanaal, de luchtwegen en urinewegen - en instandhouding van het immuunsysteem. Vitamine A of retinol is een in vet oplosbare vitamine dat echter bij blootstelling aan zuurstof of licht zal oxideren. Men drukt de activiteit van vitamine A in voeding uit in 'RE' ofwel retinolequivalenten. Een retinolequivalent is het gewicht aan retinol (vitamine A1 en alcohol) dat daadwerkelijk wordt opgenomen en omgezet. Het merendeel van het reeds opgenomen retinol wordt in de lever opgeslagen, het resterende gedeelte circuleert aan het retinolbindend proteïne (RBP) gebonden in het bloedplasma. Na een te grote inname of overdosis van vitamine A kunnen verschijnselen van vergiftiging (hypervitaminose) optreden! Vitamine A wordt ook wel toegevoegd (vitamineren of vitaminiseren) aan margarine (halvarine, dieetmargarine).
Vormen en namen van vitamine A:
Retinol ofwel vitamine A1, dehydroretinol ofwel vitamine A2, retinal (dit is de aldehyde-vorm), dehydroretinal, retinyl-acetaat, retinezuur, axeroftol, retinolpalmitaat of retinyl-palmitaat.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine A:
Een tekort aan vitamine A blijkt regelmatig voor te komen en kan zich uiten in groeistoornissen, beschadigingen aan de ogen (xeroftalmie), afwijkingen van het gebit of skelet, een verhoogde kans op infecties en zogenaamde schemerblindheid of nachtblindheid (hemeralopie).
Bronnen van vitamine A:
Melk, melkproducten zoals boter en kaas, vlees, vette vis (makreel, paling en zalm), eieren (in de eierdooier), lever, levertraan en leverolie. Vitamine A wordt ook toegevoegd aan halvarine, margarine, bakproducten en braadproducten (gevitamineerd).
Bijzonderheden van vitamine A:
1 IE of IU (internationale eenheid of unit) vitamine A = 0,3 microgram retinol.
1 RE (retinol equivalent) = 1 microgram retinol = 6 microgram bètacaroteen = 3,33 IE vitamine A.
Zie ook de bijzonderheden van provitamine A hier direct onder.

Provitamine A of bètacaroteen


Na opname in de darmwand van het spijsverteringskanaal wordt bètacaroteen door enzymen omgezet in vitamine A, hierbij is onder andere ook vitamine C en zink benodigd. Het in de lever voorkomende enzym carotinase kan caroteen omzetten in vitamine A. Bètacaroteen is dus een voorloper van vitamine A ofwel provitamine A, verbetert het opnemen van ijzer en is naast een belangrijke antioxidant tevens een vanger van de vrije radicalen.

Als een alternatief voor het synthetisch bereiden blijkt bètacaroteen ook uit een soort alg - de Dunaliella salina - gewonnen te kunnen worden. Deze soort alg blijkt ook kleine hoeveelheden andere carotenoïden te bevatten. Carotenoïden uit deze alg zoals alfacaroteen, cryptoxanthine, luteïne en zeaxanthine. In het lichaam worden deze carotenoïden alleen in vitamine A omgezet wanneer dat benodigd is. Onder de invloed van zuurstof zal het gehalte aan bètacaroteen in de voedingsmiddelen achteruit gaan.
Vormen en namen van provitamine A:
Provitamine A, carotenoïden zoals bètacaroteen (bètacarotine), gammacaroteen (carotine), alfacaroteen en betacryptoxanthine.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan provitamine A:
Verminderd gezichtsvermogen, stoornissen in de groei, degeneratie en uitdroging van de ogen (xeroftalmie), afwijkingen van kiezen en tanden of botten, een verhoogde kans op infecties en nachtblindheid (hemeralopie).
Bronnen van provitamine A:
Wortelen, bladgroenten zoals boerenkool en spinazie, broccoli, paprika, fruit, melk, eierdooier, kool, tomaten, abrikozen en knollen.
Bijzonderheden van provitamine A:
Van de eerder genoemde carotenoïden wordt aanzienlijk minder opgenomen dan van vitamine A of retinol uit voeding wat een dierlijke oorsprong heeft. Voor deze stoffen wordt nu veelal de afkorting RAE ofwel retinol-activiteitequivalent gebruikt.
1 RAE (retinol-activiteit-equivalent) = 1 microgram retinol = 12 microgram bèta-caroteen = 24 mg alfa-caroteen.

B-vitaminen of vitamine B-complex


Alle vitaminen uit de B-groep zijn in water oplosbaar en vooral van belang bij de stofwisseling van koolhydraten en vetten. Verder activeren deze vitaminen, als co-factor, het uit aminozuren opbouwen (synthese) van enzymen en hormonen. Deze B-vitaminen werken samen, ze zijn synergistisch. Een aantal van deze B-vitaminen zijn van grote betekenis voor gezond bloed in onze aderen en het zenuwstelsel. Tekorten aan deze vitaminen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door drinken van veel alcohol, het gebruik van geraffineerde voeding, en niet te vergeten ... ook stress. Het eten van fruit en groenten ligt bij veel mensen al jaren onder de (gezonde) maat.

De behoefte van het menselijk lichaam aan B-vitaminen is ook gerelateerd aan eerst en vooral de leeftijd - zoals bij ouderen een minder goede opname en verminderde behoefte aan energie - maar tevens aan de gezondheidstoestand, de noodzakelijke dan wel ontplooide lichamelijke activiteiten (denk aan sport), roken en niet te vergeten een eventueel gebruik van medicijnen. Mensen die vegetarisch eten (vegetariërs) en veganisten zullen ook goed moeten nadenken of dat wat op hun bord ligt wel voldoende van alle B-vitaminen aanlevert (vitamine B12 en B2 ?).

Een tekort aan de B-vitaminen kan een zeer groot aantal verschillende klachten en symptomen veroorzaken. We zullen er hier een aantal noemen: bloedarmoede (anemie), gebrek aan eetlust, glucose-intolerantie, minder stressbestendig, stemmingsstoornissen, spierpijn of spierzwakte, gebrek aan uithoudingsvermogen, verminderde concentratie, vergeetachtigheid, huidklachten, vermoeidheid, zenuwontsteking, haaruitval, hyperreactiviteit, slapeloosheid en hoofdpijn. Gist en de gistproducten bevatten vrijwel alle vitaminen die tot het vitamine B-complex behoren. De ontkiemde, liefst biologisch geteelde, quinoa blijkt alle vitaminen van de B-groep te bevatten.

Aangezien de verschillende B-vitaminen niet of slechts beperkt in het lichaam kunnen worden opgeslagen is een dagelijkse aanvoer hiervan, bij voorkeur door een volwaardige voeding, van groot belang.

Vitamine B1 of thiamine


Thiamine werd als de eerste vitamine ongeveer honderd jaar geleden ontdekt. Vitamine B1 werd vroeger aneurine genoemd. Het heeft een belangrijke taak in de suikerstofwisseling en de geleiding van impulsen (prikkeloverdracht) in zenuwcellen. Verder is dit vitamine ook benodigd voor de productie van de neurotransmitter acethylcholine en werkt samen met andere leden uit de B-complex familie. Het in water oplosbare thiamine wordt niet in het lichaam opgeslagen, er dient dus dagelijks voldoende in het dieet aanwezig te zijn. Onder andere alcohol, koffie (cafeïne), roken, antibiotica, plasmiddelen (diuretica), middelen tegen epilepsie (anti-epileptica) en anticonceptie of voorbehoedsmiddelen (anticonceptiva) verlagen de hoeveelheid vitamine B1 in het lichaam. Het blootstellen aan hitte of zuurstof zal het gehalte aan vitamine B1 doen afnemen. Vitamine B1 wordt ook wel toegevoegd aan margarine (gevitamineerde halvarine of dieetmargarine).
Vormen en namen van vitamine B1:
Thiamine-monofosfaat (TMP), de actieve vorm thiamine-difosfaat (TDP), thiamine-trifosfaat (TTP), thiamine-pyrofosfaat (TPP), het synthetische thiamine-hydrochloride, thiaminechloride, aneurine en thiamine-mononitraat.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B1:
Aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, het maag-darmkanaal, het perifere zenuwstelsel, het optreden van hartfalen en spierzwakte. Een tekort aan thiamine uit zich over het algemeen juist in die organen die afhankelijk zijn van voldoende koolhydraten. Dit zijn organen zoals het hart, de hersenen, spieren en zenuwen.
Bronnen van vitamine B1:
Rijst (vooral zilvervlies), graanproducten, peulvruchten, vlees, melk, aardappelen, groente, gist, zemelen, quinoa kiemen en melkproducten.

Vitamine B2 of riboflavine


Vitamine B2 werd vroeger lactoflavine of vitamine G genoemd. Dit vitamine is betrokken bij de omzetting van aminozuren, suikers en vetten. Verder speelt het een rol bij het instandhouden van de slijmvliezen en voor het gezichtsvermogen (de visus), de conditie van het haar, de huid en nagels. Riboflavine werd voor het eerst geïsoleerd uit een gistextract, dat gebeurde ergens in de jaren 30 van de vorige eeuw. Het speelt tevens een rol bij de vorming van talrijke enzymen in de lever. Onder andere roken, alcohol, antibiotica, antidepressiva, voorbehoedsmiddelen of anticonceptie (anticonceptiva of contraceptiva) en slaapmiddelen (barbituraten) verlagen de status van vitamine B2. Aangezien de riboflavine niet opgeslagen wordt in het lichaam, het is wateroplosbaar, zal het in voldoende mate in de voeding moeten zitten. Wanneer dagelijks de gebruikelijke hoeveelheid vloeistof gedronken wordt kan het innemen van vitamine B2 de urine een donkerder gele kleur geven. Het gehalte aan vitamine B2 zal teruglopen bij de blootstelling aan hitte en licht. Vitamine B2 wordt ook wel toegevoegd (vitamineren) aan margarine.
Vormen en namen van vitamine B2:
Riboflavine, lactoflavine en riboflavinefosfaat.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B2:
Huidaandoeningen zoals een droge huid, scheurtjes in de mondhoeken, wondjes aan lippen, ontsteking van de tong en afwijkingen van de slijmvliezen.
Bronnen van vitamine B2:
Gist, melk en melkproducten, vis, graanproducten zoals brood, vlees, fruit, eieren (eierdooier), quinoa kiemen en bladgroenten.

Vitamine B3, niacine of nicotinamide


Hoewel de naam nicotinamide u misschien anders doet vermoeden heeft dit vitamine niets met nicotine te maken. Vitamine B3 is benodigd voor de verbranding van eiwitten, koolhydraten en vetten. Vitamine B3 (niacine) werkt in de energiestofwisseling nauw samen met enige andere B-vitaminen en wordt in de dunne darm snel opgenomen. Niacine kan een zogenaamde flush - vergelijkbaar met een opvlieger of blozen, gepaard gaand met een rode kleur van het gelaat en een prikkelend gevoel of jeuk - veroorzaken. Er is ook vitamine B3 op de markt die deze flush tegengaat, deze wordt bijvoorbeeld geproduceerd uit inositol-hexanicotinaat. De fabrikant kan ook besluiten een tablet of capsule met een gereguleerde afgifte in de handel te brengen. Deze flush gaat in de regel na een aantal minuten weer over. Een kuur met antibiotica vreet flink wat van de aanwezige hoeveelheid vitamine B3 op. Niacine verbetert de benutting van ijzer en zink in het lichaam. De vitamine B3 spiegel kan negatief beïnvloed worden door onder andere orale anticonceptie, alcohol en antibiotica kuren.
Vormen en namen van vitamine B3:
Niacine, niacinamide, nicotinezuur, nicotinaat, inositolhexanicotinaat, nicotinamide en vitamine PP (pellagra voorkomend).
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B3:
Een vitamine B3 tekort uit zich o.a. door depressie, een slechte huid, hoofdpijn, vermoeidheid, een slechte adem, nervositeit en verstoringen van de spijsvertering (maagdarmklachten).
Bronnen van vitamine B3:
Vlees, vis zoals makreel en tonijn, noten, gistproducten, eieren, avocado, vijgen, aardappelen, dadels, graanproducten zoals bruin brood, pindakaas, fruit, quinoa kiemen en groenten.
Bijzonderheden van vitamine B3:
Nicotinezuur blijkt, in tegenstelling tot het nicotinamide, vaatverwijdende eigenschappen te bezitten.

Vitamine B4 of choline


Ons lichaam kan een deel van de benodigde hoeveelheid choline zelf aanmaken, dit in de vorm van acetylcholine. Acetylcholine is een belangrijke neurotransmitter in verband met overdracht van impulsen in het zenuwstelsel. Choline remt onder andere vetafzetting in de lever af, de stof bezit lipotrope eigenschappen. Het in water oplosbare choline is van belang voor het vormen van aminozuren en eiwitten, de structuur van celwanden en de stofwisseling van vetten. In een voedingssupplement wordt choline voor een betere opname vaak gecombineerd met inositol.
Vormen en namen van vitamine B4:
Choline, cholinebitartraat en bilineurine.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B4:
Vanwege een tekort aan vitamine B4 kan er vervetting, hoge bloeddruk, nierontsteking, een verhoogd cholesterolgehalte en een leveraandoening ontstaan.
Bronnen van vitamine B4:
Eieren, dierlijke organen, lecithine, tarwekiemen, graanproducten, peulvruchten en groene bladgroenten.

Vitamine B5 of pantotheenzuur


Vitamine B5 is van belang voor het immuunsysteem door het stimuleren van de productie van antilichamen. Het is belangrijk voor het functioneren van de bijnier en verhoogt onder andere de afscheiding van cortisol (hydrocortison) door de bijnierschors. Is bestanddeel van het co-enzym A. Belangrijk voor de stofwisseling (metabolisme) van vetzuren en, net als vitamine B6, voor de vorming van de rode kleurstof - hemoglobine of afgekort Hb - in de rode bloedcellen (erytrocyten). Hitte doet het gehalte aan pantotheenzuur afnemen. Ook het in water oplosbare pantotheenzuur wordt niet in het lichaam opgeslagen en moet zodoende voortdurend worden aangevuld. Hoge dosis calciumpantothenaat blijken in de praktijk slechts laag toxisch te zijn, soms wordt diarree als bijwerking gemeld. Onder andere het gebruik van orale anticonceptie, alcohol en slaapmiddelen kunnen de hoeveelhied vitamine B5 aantasten.
Vormen en namen van vitamine B5:
Pantotheenzuur, pantothenaat, calcium-pantothenaat en dexpanthenol.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B5:
Hevige pijn in de tenen en voeten (brandende voeten syndroom), vermoeidheid, darmkrampen en bloedarmoede (anemie). Gebreksziekten ten gevolge van een tekort aan vitamine B5 blijken maar weinig voor te komen. Bij mensen met acne of gewrichtsontsteking (artritis) blijkt een tekort wel te kunnen ontstaan. Pantothenaat wordt in heel wat voedingsmiddelen aangetroffen (pantothen of panthos = overal).
Bronnen van vitamine B5:
Melk en melkproducten, aardappelen, brood, vlees, groente, eieren, volkoren graanproducten, fruit, lever, quinoa kiemen en haring.

Vitamine B6 of pyridoxine


Vitamine B6 is o.a. van belang bij het vormen van glycogeen uit glucose (glycogenese) en de omzetting van onverzadigde vetzuren. Dit vitamine is, net als vitamine B5, van belang voor het vormen van de rode kleurstof in de rode bloedcellen (erytrocyten). Eén van de belangrijkste coënzymen van de aminozuur-stofwisseling is de actieve vorm van vitamine B6 namelijk het pyridoxaalfosfaat. Dit type fosfaat is bij vrijwel alle omzettingen van aminozuren in ons lichaam benodigd. Pyridoxine is essentieel voor de opbouw van prostaglandinen en betrokken bij tientallen enzymreacties in het lichaam. Dit vitamine werkt samen met vitamine B2, vitamine B12, magnesium en zink. Vitamine B6 is niet zo goed bestand tegen de inwerking van licht en hitte. Koken, maar vooral ook het raffineren en pasteuriseren vernietigen een groot deel van deze vitamine. Verdere vijanden van pyridoxine zijn penicilline en penicillamine, isoniazide of INH, alcohol en vooral de pil. Vitamine B6 wordt ook wel toegevoegd aan margarine (halvarine, dieetmargarine). Dit toevoegen noemt men vitamineren.
Vormen en namen van vitamine B6:
Pyridoxine, pyridoxal, pyridoxamine, pyridoxaal-5-fosfaat, adermine, pyridoxine-hydrochloride, pyridoxaal-fosfaat en pyridoxol. Men schat dat pyridoxaal-5-fosfaat of P5P, als de actieve vorm van vitamine B6, een tiental keren zo effectief is in het lichaam dan pyridoxine HCl.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B6:
Een tekort uit zich in problemen met onze slijmvliezen, de huid en het immuunsysteem. Verder kan er kramp, bloedarmoede (anemie) en depressie optreden. Een te lage opname van vitamine B6 blijkt vaak voor te komen.
Bronnen van vitamine B6:
Lever, gist, het zilvervlies van rijst, aardappelen, eieren, groenten, banaan, noten, bruin brood, vis zoals makreel en zalm, quinoa kiemen, vlees en volkoren producten.

Vitamine B8 of biotine


Vitamine B8 werd ook wel vitamine H genoemd. Het is een co-enzym wat een rol speelt bij veel biochemische reacties in ons lichaam. Biotine bevordert de haargroei (dichtheid en kwaliteit) en doet de huid goed door verbetering van de structuur van keratine. Biotine werkt samen met cobalamine (vitamine B12), foliumzuur (vitamine B11) en pantotheenzuur (vitamine B5). Het was 1935 toen biotine voor het eerst geïsoleerd werd uit eierdooier en het wordt sindsdien in verschillende dierlijke en plantaardige weefsels gevonden. Als co-enzym is dit vitamine betrokken bij de stofwisseling van eiwitten en koolhydraten en bij het uit essentiële vetzuren produceren van prostaglandinen. Het is vooral ook belangrijk voor de groei en ontwikkeling van het beenmerg, het haar, de huid en zenuwen. Biotine wordt ook geproduceerd door bacteriën in de darm zodat onder andere antibiotica de status van dit vitamine negatief zullen beïnvloeden.
Vormen en namen van vitamine B8:
Biotine, W-factor en vitamine H.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B8:
Een ongezonde huid, algemene groeistoornissen, haaruitval, eczeem, anorexia, misselijkheid, braken en depressie. Tekorten aan biotine blijken maar zeer weinig voor te komen.
Bronnen van vitamine B8:
Dierlijke organen zoals de lever, melkproducten, biergist, zilvervliesrijst, eierdooier (geel van het ei), quinoa kiemen, melk, noten zoals walnoten en pinda's.

Vitamine B11 of foliumzuur


De oude naam voor foliumzuur is vitamine M en een aantal, wel voornamelijk oudere, bronnen vermelden foliumzuur als vitamine B9. Het anion van foliumzuur heet folaat. Anionen zijn de kleinste, negatief geladen, electrische deeltjes. Vitamine B11 is onmisbaar voor het vormen van rode bloedcellen of erytrocyten. Bij de stofwisseling van foliumzuur is het aanwezig zijn van vitamine B12 belangrijk. Voor alle processen in het lichaam waar celdeling plaatsvindt is het foliumzuur van groot belang. Voor het omzetten van foliumzuur in de actieve vorm is niacine (vitamine B3), cobalamine (vitamine B12) en ascorbinezuur (vitamine C) benodigd. Foliumzuur is niet zo goed bestand tegen licht, hitte, zuur en zuurstof. Het foliumzuur wordt ook wel aan margarine toegevoegd (halvarine of dieetmargarine vitamineren).
Vormen en namen van vitamine B11:
Foliumzuur, folinezuur, foliniumzuur, folaat, foolzuur, pteroylglutaminezuur of PGA, vitamine Bc, vitamine B9, vitamine M en acidum folicum.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B11:
Diverse vormen van bloedarmoede of (hyperchrome) anemie (macrocyten of megaloblasten) en depressieve verschijnselen. Stoornissen van de celvermeerdering door ontregeling in de biosynthese kan door een folaat-deficiëntie veroorzaakt worden. Verder kan er ook spruw en depressie ontstaan. Zwangere vrouwen met een tekort aan foliumzuur lopen een verhoogde kans op een neuraalbuisdefect (NBD) bij het pasgeboren kind. Een tekort aan foliumzuur blijkt regelmatig voor te komen.
Bronnen van vitamine B11:
Dierlijke producten zoals lever en vlees, verse groene bladgroenten zoals spinazie, avocado, bonen, quinoa kiemen, eieren, abrikozen, noten, spruitjes, broccoli en volkoren producten zoals bruin brood.

Vitamine B12 of cobalamine


In het menselijk lichaam kan de lever een buffer van vitamine B12 aanleggen die voldoende zou moeten zijn voor maanden. Dit vitamine, wat als enige kobalt bevat, is onontbeerlijk voor het instandhouden van de weefsels en benodigd bij de aminozuur-stofwisseling. Vitamine B12 wordt ook wel de zogenaamde extrinsieke factor genoemd en speelt een rol bij de vorming van rode bloedcellen. Het gehalte aan cobalamine loopt terug bij blootstelling aan licht en contact met zuur. Vitamine B12 wordt ook wel toegevoegd aan margarine (halvarine, dieetmargarine). Cobalamine kan ook door bacteriën van de darmflora geproduceerd worden. Vitamine B12 werd in 1948 voor het eerst geïsoleerd uit lever, het is oplosbaar in water en tevens van belang voor gezonde bloedvaten, de eiwitstofwisseling en het zenuwweefsel.
Vormen en namen van vitamine B12:
Cobalamine, cyanocobalamine, methylcobalamine, adenosylcobalamine en hydroxy cobalamine.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine B12:
Bloedarmoede of anemie (megaloblastair of hypersegmentatie). Deze bloedarmoede zal door het opslaan in de lever pas laat tot uiting komen. Verder kunnen er neurologische storingen, hartkloppingen, kortademigheid, een gevoel van lusteloosheid (apathie) en uitputting optreden.
Bronnen van vitamine B12:
Lever, vlees, vis, eieren, kaas, melk, kwark, bladgroenten, gevitamineerde margarine en quinoa kiemen.

Inositol


Inositol behoort tot de vitamine B-complex groep en heeft een algemeen kalmerende werking. Samen met choline oftewel vitamine B4 is dit vitamine belangrijk voor de processen in de vet stofwisseling (het cholesterol metabolisme). Inositol is een bouwsteen voor de voornaamste bestanddelen van celmembranen, de fosfolipiden. Inositol is tevens belangrijk voor gezonde haarfollikels.
Vormen en namen van inositol
Inositol, inosiet, myo-inositol (myoïnositol).
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan inositol:
Bij een inositol tekort kan er een verhoogd cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, huidontsteking (dermatitis), haaruitval en een aantal huidaandoeningen optreden.
Bronnen van inositol:
Tarwekiemen, maïs, gist, vlees, fruit en bloemkool.

PABA of para-aminobenzoëzuur


PABA wordt wel in verband gebracht met het tegengaan van vergrijzing van het haar en is ook benodigd voor de groei van micro-organismen. PABA is ook benodigd voor de aanmaak van foliumzuur in het maagdarmkanaal en kan als effectief UV filter (tegen de UV-A en UV-B straling van de zon), topicaal, toegepast worden op de huid (als topicum). Verder speelt deze stof een belangrijke rol als grondstof voor melanine, het pigment waar de haren, huid en ogen hun kleur aan ontlenen. Para-aminobenzoëzuur wordt tot de B-vitaminen gerekend en lost op in water.
Vormen en namen van PABA
Para-aminobenzoëzuur en vitamine Bx.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan PABA:
Een gebrek aan deze vitamine kan vermoeidheid, depressie, gewrichtsontsteking (artritis of arthritis), grijs haar, aandoeningen van de huid zoals eczeem, rimpels in de huid en verlies aan de vorming van pigment (pigmentatie) veroorzaken.
Bronnen van PABA:
Biergist, lever, onbewerkte granen (de korrels), nier (orgaanvlees), melasse en tarwekiemen.

Vitamine C of ascorbinezuur


Van ascorbinezuur hebben we dagelijks een groot aantal milligrammen nodig, dit is de hoogste waarde van alle vitaminen. Deze vitamine werkt onder andere bij de afweer tegen infecties en is nodig om folinezuur om te zetten. Vitamine C werd in 1932 ontdekt, lost in water op en kan niet in het menselijk lichaam worden aangemaakt. We zijn zodoende dus volledig afhankelijk van onze voeding. Vitamine C blijkt een kwetsbaar vitamine, het wordt gemakkelijk vernietigd door hitte en invloeden van licht. Dit vitamine is betrokken bij talloze processen in het lichaam. Als antioxidant heeft dit ascorbinezuur een beschermende werking op vitamine A, vitamine E en vitaminen uit het B-complex. Sommige mensen krijgen na het als een supplement innemen van vitamine C last van een geïrriteerde maag. Ze kunnen het dan in de vorm van ascorbinezuur niet goed verdragen. Er bestaan echter zogenaamde ontzuurde producten in de handel.
Vormen en namen van vitamine C:
Ascorbinezuur en ascorbylpalmitaat, een in vet oplosbare vorm van vitamine C. Vitamine C kan ook gebonden worden aan verschillende mineralen zoals calciumascorbaat, kaliumascorbaat, magnesiumascorbaat, mangaanascorbaat, koperascorbaat, boriumascorbaat, zinkascorbaat, seleniumascorbaat, chroomascorbaat, molybdeenascorbaat en vanadiumascorbaat.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine C:
Een tekort aan ascorbinezuur werkt vermoeidheid, prikkelbaarheid, vatbaarheid voor infecties, ontsteking van het tandvlees en degeneratie van de spieren in de hand.
Bronnen van vitamine C:
Verse! groenten, aalbessen, aardbeien, aardappelen, frambozen, zwarte bessen en vruchten (vooral in citrusvruchten).

Vitamine D of calciferol


Deze D-vitamine is zeer belangrijk bij de calcium-stofwisseling. Het lichaam heeft, naast onze voeding, een dagelijkse dosis zonlicht (ultraviolet licht of UV-B) nodig om onze vitamine D3 of cholecalciferol op peil te houden. Vitamine D is benodigd voor het vormen en onderhouden van stevige botten, kiezen en tanden. Het in vet oplosbare calciferol is tevens van belang voor een goede opname van calcium en fosfor. Er bestaat ook nog een vitamine D2 of ergocalciferol die ontstaat door bestraling van bepaalde delen van planten. Na een te grote inname of overdosis van vitamine D kunnen verschijnselen van vergiftiging (hypervitaminose) optreden! Vitamine D wordt ook wel toegevoegd aan halvarine, margarine, dieetmargarine, bakvetten en braadvetten (braadboter). Zo'n toevoeging noemt men dan ook gevitamineerd. De belangrijkste opslagplaats voor vitamine D in het lichaam is de lever.
Vormen en namen van vitamine D:
Calciferol, ergocalciferol of vitamine D2 (bestraald ergosterol), cholecalciferol en colecalciferol of vitamine D3, calcidol, calcifediol, calcitriol en dihydrotachysterol.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine D:
Een tekort aan vitamine D kan bij een volwassene leiden tot botontkalking (osteomalacie, ook osteomalacia), pijn in de botten, spierzwakte en de Engelse ziekte (rachitis) bij jonge kinderen.
Bronnen van vitamine D:
Vette soorten vis, visolie zoals levertraan, boter, melk, halvarine, margarine, vlees en eierdooier (eigeel).
Bijzonderheden van vitamine D:
1 microgram vitamine D = 40 IE of IU (internationale eenheden of units) vitamine D.

Vitamine E of tocoferol


Vitamine E of tocoferol is een zeer belangrijke antioxidant, die dus oxidatie voorkomt, en alleen oplosbaar in vet en olie. In de natuur komen de verschillende tocoferolen gezamenlijk voor en vullen elkaars werking aan en versterken deze ook. Vitamine E beschermt iedere cel tegen vrije radicalen en voorkomt oxidatie van meervoudig onverzadigd vetzuur in het menselijk lichaam.

D-alfa-tocoferol als natuurlijke vorm van vitamine E werd in de jaren veertig van de vorige eeuw voor het eerst uitgebreid onderzocht. Vitamine E is eigenlijk een verzamelbegrip voor 8 stoffen, namelijk 4 tocoferolen en 4 tocotriënolen. In de dunne darm kunnen alle vormen van vitamine E samen met vetten opgenomen worden door de darmepitheelcellen of enterocyten. De grootste concentratie van dit vitamine wordt gevonden in de bijnieren, de lever en vetweefsel. Echter het vetweefsel dient niet als opslagplaats. Alle tocoferolen en tocotriënolen bezitten antioxidatieve eigenschappen met weliswaar verschillende reactiviteit en specificiteit. Het in olie en vet op te lossen vitamine E wordt ook wel toegevoegd aan margarine, halvarine of dieetmargarine. Deze toevoeging heet vitamineren.
Vormen en namen van vitamine E:
Tocoferol, d-alfa-tocoferol, alfatocoferol, bètatocoferol, deltatocoferol en gammatocoferol. De tocotriënolen: alfatocotriënol, bètatocotriënol, deltatocotriënol en gammatocotriënol.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine E:
Een tekort aan vitamine E kan onder andere leiden tot hartziekten, vaatziekten, ziekte aan het netvlies, een aantal degeneratieve ziekten, onvruchtbaarheid (steriliteit), verzwakking van het immuunsysteem, bloedarmoede en aantasting van het centrale zenuwstelsel. Verder ook een verkorte levensduur van rode bloedcellen of erytrocyten (hemolytische anemie) of verweking van de hersenen (encefalomalacie).
Bronnen van vitamine E:
Plantaardige oliën zoals zonnebloemolie of olie uit maïs, volkorenbrood, bladgroenten, kokos, graanproducten, tarwekiemen, pinda's of aardnoten, soja, eieren, lever, vette vis en eieren.
Bijzonderheden van vitamine E:
1 IE of IU (internationale eenheid of unit) vitamine E = 0,67 milligram alfa-tocoferol.
1 mg alfa-tocoferol = 1 alfa-TE ofwel 1 alfa-tocoferol equivalent.
1 mg alfa-tocoferol = 1,49 IE of IU (internationale eenheid of unit) vitamine E.

Vitamine F of linolzuur


Een aantal onverzadigde vetzuren zijn verzameld in een groep onder de naam vitamine F. Het zijn voor ons lichaam essentiële (EFA of EVZ) meervoudig onverzadigde vetzuren (PUFA of MOV).
Vormen en namen van vitamine F:
Onder andere linolzuur en linoleenzuur.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine F:
Een tekort aan deze vitamine uit zich door problemen met het haar (roos, droog of broos en haaruitval) en huidklachten zoals acne, eczeem, steenpuisten en een droge dorre huid.
Bronnen van vitamine F:
Vitamine F komt voor in avocado's, oliën van plantaardige herkomst en amandelen.

Vitamine K of fyllochinon


De 'K' komt van koagulation of koagulieren, een Duits woord. Als therapie is vitamine K toe te passen als bloedstolling of stremming en kan preventief werken bij bloedstolsels (trombose). Dit in vet oplosbare vitamine is benodigd bij de verbinding of synthese van protrombine door de lever. Vitamine K wordt door bacteriën van de darmflora gevormd en is ook van belang voor de bloedstolling. Dit in verband met het vormen van een aantal zogenaamde stollingsfactoren. Nog een belangrijke rol heeft vitamine K bij de carboxylering van de resten glutaminezuur in een aantal eiwitten zoals osteocalcine. Osteocalcine, een eiwit dat door de odontoblasten en osteoblasten in gebit en botweefsel wordt gevormd, speelt op zijn beurt weer een rol voor de botstofwisseling. Wanneer er een tekort aan vitamine K ontstaat wordt er in het bloedplasma een verhoogde spiegel van het inactieve polypeptide osteocalcine vastgesteld.

Men onderscheidt: vitamine K1 of fyllochinon, vitamine K2 of menachinon (MK) en vitamine K3 of menadion. Fyllochinonen komen in alle groene planten en diverse oliën voor. Onder andere een langdurende behandeling met antibiotica of diarree zullen de vitamine K status omlaag halen. Uit onderzoek is gebleken dat de natuurlijke vitamine K1, zoals uit bladgroenten, slecht door het lichaam wordt opgenomen. Vitamine K2 daartegenover blijkt veel beter opgenomen te worden.
Vormen en namen van vitamine K:
Fylloquinon, fytonadion, fyllochinon, fyto-menadion, menachinon, menadion, farnochinon en menaquinon.
Tekort of gebrek (deficiëntie) aan vitamine K:
Een gebrek aan deze vitamine geldt als een uitzondering. Bij een tekort aan vitamine K zal een gestoorde bloedstolling ontstaan. Gezien de rol die vitamine K speelt bij de botstofwisseling (bot metabolisme) kan een tekort mede verantwoordelijk zijn voor een slechte conditie van de botten, met een verhoogde kans op botbreuken en (heup)fracturen (osteoporose) tot gevolg.
Bronnen van vitamine K:
Vitamine K1 (fyllochinon of fytonadion) in: groene bladgroente zoals broccoli, kool en spinazie, tarwekiemen, boter, plantaardige margarine en tomaten.
Vitamine K2 (menachinon) in: eierdooier, lever, vismeel, natto (een gefermenteerd sojaproduct uit Japan), gefermenteerde kazen en wordt tevens geproduceerd door bepaalde darmbacteriën (bacteriële gisting).
Bijzonderheden van vitamine K:
Zuigelingen krijgen na de geboorte en zolang de borstvoeding duurt vitamine K gesuppleerd.


Dit waren de verschillende vitaminen waarvan het maar de vraag is of die nog in een voldoende hoeveelheid in onze dagelijkse voeding voorkomen! Voor de mineralen en sporenelementen is er een aparte pagina op onze website.
Interessant is misschien om even een kijkje op de pagina met de multi-vitaminen te nemen. Hier vergelijken we de declaraties van een drietal multi's.
Omhoog