De basis vakopleiding TCM

Voor de traditionele Chinese geneeskunde of TCM heb ik de basis vakopleiding (BVO) bij de Qing-Bai gevolgd. De Qing-Bai is een academie voor Chinese geneeswijze.
Op 1 juli 2005 mocht ik, met goed gevolg, van de examen-commissie mijn certificaat voor deze studie in ontvangst nemen. Met het lesmateriaal werd de theoretische basiskennis van de TCM bestudeerd. Dit nam, de reistijd daarbij niet meegerekend, ruim 500 uren voor les en zelfstudie in beslag. Er werden tevens diverse stagedagen in de praktijk doorlopen.

Onderwerpen


In deze basis vakopleiding kwamen onder andere aan de orde, de:
• Ba Gang:
Ba Gang staat voor de acht diagnostische principes. Ze bestaan uit vier groepen van telkens twee tegengestelde principes die bij elkaar horen.
• Fu:
De zes holle Yang organen - zoals de blaas, maag, dikke darm en dunne darm - bewegen, ontvangen, transporteren en verteren. De meeste Fu hebben een directe verbinding met de buitenwereld en scheiden uit maar slaan niet op.
• Extra Fu:
Dit zijn zes holle organen zoals de baarmoeder of uterus, beenderen, bloedvaten en hersenen. Deze organen slaan Jing op maar scheiden niet uit.
• Leer van de Jing Luo:
De Jing Luo staat voor de meridianen en collateralen. Men spreekt ook wel over het netwerk van vaten. In de Chinese diagnostiek is de differentiatie in pathologische aandoeningen van groot belang. Vereist hierbij is een gedegen kennis van het verloop der hoofdmeridianen, divergente meridianen, musculaire meridianen, extra meridianen, huidzones en de Luo vaten in het lichaam.
• Leer van de ziekte-oorzaken ofwel de pathogenese:
Pathogene factoren kunnen:
  • interne oorzaken of emoties zoals angst, woede of verdriet hebben;
  • externe oorzaken zoals koude of droogte hebben of
  • andere oorzaken hebben zoals slechte voeding, gif of parasieten.
• Polsdiagnose:
Het voelen van de pols neemt traditioneel gezien een belangrijke plaats in en is in de loop van de jaren verder ontwikkeld en verfijnd.
• Syndromenleer:
De differentiatie van syndromen volgt volgens de Zes Divisies, de Vier Radikalen of de Driewarmer. In de Driewarmer onderscheiden we de:
  • Bovenste Warmer,
  • Middelste Warmer en de
  • Onderste Warmer.
• Tongdiagnose:
Er wordt hier gekeken naar o.a. beslag, kleur, vorm en vochtigheid van de tong. De tong geeft een goed beeld omtrent de staat van gezondheid van een patiënt, dit zowel voor acute als chronische condities.
• Vitale of basis substanties zoals Jing, Qi, Yuan Qi en Xue:
De geneeskunde in westerse landen kijkt naar ons lichaam alsof het slechts een biochemische fabriek betreft. Een totaal andere manier biedt de TCM ons. Hier zien we het afhankelijk zijn van energetische niveaus en onderlinge beïnvloeding in het lichaam. Onmisbaar hierin zijn de samenhang en functies van de basissubstanties.
• Wu Xing:
Het systeem van de Vijf Elementen ofwel Vijf Fasen kan met zijn eigen behandeling, diagnose, fysiologie en pathologie fungeren als een zelfstandig systeem. Daarbij is elk Element of Fase gerelateerd aan de andere vier zodat een verstoring van een Element duidelijk invloed uitoefent op de overige vier.
• Yin-Yang theorie; we kennen 4 principes of wetmatigheden:
  1. Alles op aarde heeft een Yin-zijde en Yang-zijde. De winter is Yin en de zomer is Yang.
  2. Yin en Yang scheppen elkaar. De dood volgt op de geboorte.
  3. Yin en Yang controleren elkaar. Teveel Yin veroorzaakt een tekort aan Yang.
  4. Yin en Yang gaan in elkaar over. De nacht gaat in de dag over.
In het menselijk lichaam kunnen alle processen en symptomen worden uitgedrukt in Yin dan wel Yang.
• Zang Fu theorie:
De vijf volle Yin organen ofwel Wu Zang zijn het hart, de lever, long, milt en de nier. Ze slaan Qi en Jing op maar hebben geen afscheidende werking.

Diagnostische methoden


In de diagnostiek van de TCM is het zeer belangrijk om het lichaam als een geheel (holistisch) te zien. Men heeft in het verleden een systematisch model ontwikkeld wat uit vier fundamenteel belangrijke methoden bestaat:
1 - Kijken:
Zoals kijken naar iemands gelaat, houding, huid, lichaamsbouw en motoriek.
2 - Luisteren en ruiken:
Dit begint eigenlijk automatisch al meteen tijdens het intake gesprek (anamnese) met de patiënt of klant. Dus aandacht voor de veelzeggende geluiden en geuren.
3 - Vragen:
Informeren naar onder andere de stoelgang, urine, dorst, hitte, koude, wat men zoal eet en ook drinkt, het ontstaan van de ziekte of eerder doorgemaakte ziekten dan wel aandoeningen.
4 - Voelen:
Hier noem je natuurlijk als eerste het voelen van de pols. En verder het betasten ofwel palperen van bijvoorbeeld acupunctuurpunten, de buik, de huid, ledematen of meridianen.

Deze studie diende als vooropleiding voor de beroepsopleidingen acupunctuur, kruidenleer en Tuina massage-therapie. Als vervolgopleiding heb ik als eerste voor acupunctuur gekozen, op dezelfde academie. Als onderwerp voor de bij deze opleiding verplicht gestelde scriptie heb ik Colitis ulcerosa genomen.
Andere opleidingen en cursussen die ik gevolgd heb vindt u op de curriculum vitae pagina van onze website.