Westerse diagnose en behandeling

Hoofdstuk 1 van de scriptie over Colitis ulcerosa. Voor het afronden van de door mij gevolgde opleiding acupunctuur was deze scriptie verplicht gesteld. Voordat ik wil ingaan op wat deze ziekte vanuit de reguliere zienswijze inhoudt geef ik eerst een beschrijving van het colon op zowel anatomisch als fysiologisch vlak. Verder komen in dit hoofdstuk de definitie en oorzaken van deze ziekte van de darm, de voorkomende symptomen en methoden voor onderzoek aan bod.

1.1 Anatomie van het colon


Allereerst de opbouw van het colon. Het colon, als vervolg op de dunne darm, is het laatste deel van de darm en is ongeveer 120 cm lang bij gemiddeld 7 cm in doorsnede. Dit orgaan is opgebouwd uit de volgende delen:
  • Caecum (ook: cecum of coecum) of blindedarm met appendix of wormvormig aanhangsel van ongeveer 9 cm lengte. Het caecum vormt met een lengte van ongeveer 6,5 cm het begin van de dikke darm. In de dikke darm worden alleen nog water en zouten uit de voedselbrei opgenomen. Wat overblijft is ontlasting (feces) die natuurlijk afgevoerd moet worden (poepen). De blinde darm gaat over in het colon ofwel de karteldarm. Deze kan je zien als een soort omlijsting van de kluwen (convoluut) van de dunne darm.
  • Colon ascendens, het opstijgend deel, gelegen in de rechterflank van de buik en loopt rechts naar boven tot aan de lever.
  • Flexura coli dextra of flexura hepatica, de bocht die het colon bij de lever maakt. Het colon ascendens gaat hier over in het colon transversum.
  • Colon transversum, dwarslopend deel, loopt direct achter de voorste buikwand en onder de maag links tot aan de milt.
  • Flexura coli sinistra of flexura lienalis, een bocht die de dikke darm bij de milt maakt. Hier gaat het colon transversum over in het colon descendens.
  • Colon descendens, dalend deel gelegen in de linkerflank van de buik. Gaat in het bekken over naar colon sigmoïd.
  • Colon sigmoïd (sigmoideum) loopt met een s-vormige kromming het bekken binnen en verloopt dan langs de voorzijde van het sacrum of heiligbeen.
  • Rectum of endeldarm, het laatste - circa 14 cm lange - deel van het colon dat eindigt bij de aarsopening. Het laatste stuk van de endeldarm die een lengte heeft van ongeveer 4,5 cm heet canalis analis en de uitmonding heet aarsopening of anus (sluitspier of sfincter).
De wand van het colon bestaat uit verschillende lagen, van binnen naar buiten de:
  • mucosa of slijmvlieslaag. Deze laag is specifiek bij colitis ulcerosa aangetast.
  • submucosa of bindweefsellaag is rijk aan bloedvaten, lymfvaten en zenuwen.
  • 2 spierlagen, te weten de binnenste kringspieren (circulair) en taeniae, de overlangs (in de lengterichting of longitudinaal) lopende spieren.
  • subserosa, bindweefsel.
De spieren van de darm zorgen voor het voortbewegen en indikken van de voedselresten en het transport van de ontlasting naar het rectum (de peristaltiek).

1.2 Fysiologie van het colon


De belangrijkste functies van het colon bestaan uit:
  • Secretie:
    Door de slijmbekercellen wordt mucus ofwel slijm geproduceerd. Mucus verhoogt de evacuatie van de verteringsresten, houdt faeces samen en vormt een beschermlaag voor de colonwand. De mucus-secretie staat onder invloed van het parasympathisch zenuwstelsel en wordt dus beïnvloed door emoties.
  • Absorptie:
    Een belangrijke functie van de dikke darm is het uit de darminhoud of chylus water en electrolyten te absorberen. In mindere mate worden ook galzuren en vluchtige vetzuren met een korte keten geabsorbeerd. Tevens is het colon in staat om aminozuren, oxalaat, trigliceriden en bepaalde geneesmiddelen te absorberen.
  • Bacteriële flora en immuniteit:
    De bacteriële flora bestaat uit een aërobe flora en een anaërobe flora. De bacteriën verbruiken de voor het lichaam onverteerbare voedselstoffen. Een normale darmflora wordt de symbionte flora genoemd. Door de darmflora worden vitaminen zoals b.v. het vitamine B-complex en vitamine K aangemaakt. Ook vitamine D is van belang voor de opname van calcium. Bij een slechte darmflora, b.v. veroorzaakt door kuren met antibiotica, kan er een tekort aan deze vitaminen ontstaan. De darmflora scheidt anti-biotische stoffen af die je kan vergelijken met antibiotica. Deze zijn in staat ziekteverwekkers te vernietigen. Tevens produceert de darmflora cytolyse factoren en asparaginase welke een tumorremmende werking hebben.
  • Peristaltiek:
    De passagetijd van het caecum naar het rectum bedraagt gemiddeld 24 uur. De peristaltiek bestaat grotendeels uit segmentaire contracties, welke het transport vertragen waardoor een optimale absorptie van water en electrolyten mogelijk is. Peristaltische contracties die de inhoud over grote afstand verplaatsen komen in het normale colon niet frequent voor. We spreken meer over massaverplaatsingen - ze beginnen meestal in het colon transversum - die 3 tot 4 maal per dag optreden, met name na de maaltijd en fysische inspanning (de gastrologische reflex).
  • Defecatie:
    Het colon sigmoïd en het rectum hebben een reservoir-functie. Door de vulling van het rectum ontstaat de aandrang tot defecatie (defaecatio) ofwel het lozen van ontlasting. Deze reflex kan eventueel willekeurig worden onderdrukt en vervolgens wordt de sluitspier ofwel musculus sphincter ani externus aangespannen. Daardoor wordt de aandrang tot poepen een tijdje weggenomen maar komt dan in heviger mate weer terug. Dit mechanisme is van groot belang om controle over de defecatie te verkrijgen. De sluitspieren staan onder controle van het orthopathische (het contraheren of samentrekken) en parasympathische zenuwstelsel (het ontspannen van de spieren).
Zie voor de verschillende delen waaruit het colon is opgebouwd hoofdstuk 1.1: anatomie van het colon.

1.3 Westerse reguliere benadering van deze ziekte


1.3.1 Definitie, wat is colitis ulcerosa?


Colitis ulcerosa is een a-specifieke darmontsteking die lange tijd, vaak levenslang, klachten veroorzaakt. Deze ziekte gaat gepaard met vorming van zweren en behoort samen met de ziekte van Crohn tot de chronische inflammatoire darmaandoeningen. In het Engels wordt deze ziekte inflammatory bowel disease (afgekort tot IBD) genoemd. Deze ziekte beperkt zich alleen tot het colon en tast andere delen van het maag-darmstelsel niet aan. De ontsteking tast meestal alleen maar de slijmvlieslaag of mucosa van het colon aan. Op een endoscopische opname van het sigmoïd dat lijdt aan colitis ulcerosa is een vasculair patroon van de korreligheid in het colon en broosheid van de mucosa te zien.

1.3.2 Oorzaken


Veel factoren omtrent beide bovengenoemde ziektes zijn reeds bestudeerd. Er is veel onderzoek gedaan maar tot op heden is niet een echt precieze oorzaak gevonden. Wel is men de laatste jaren gevorderd in het ontrafelen van de ontstekingsprocessen die bij colitis ulcerosa een rol spelen. Wel komt deze ziekte meer in het Westen voor, waarbij je aan de ongezonde levensstijl van tegenwoordig zou kunnen denken. Een huidige theorie is dat verschillende factoren een rol spelen zoals een uitlokkende factor in de omgeving. Dat kan betekenen door de voeding of een onbekend micro-organisme.
Eveneens zou een mogelijkheid kunnen zijn dat deze chronische a-specifieke darmziekte het gevolg is van een ontspoorde afweerreactie tegen darmbacteriën bij patiënten met een erfelijke aanleg. Men vermoedt dat bij deze ziekte een erfelijke factor aanwezig is maar tot op heden is hier geen duidelijk bewijs voor. Wel zie je dat bij een aantal families meerdere leden aan de ziekte colitis ulcerosa lijden. Dat wil niet gelijk zeggen dat de ziekte erfelijk is. Gemeenschappelijke omgevingsfactoren spelen hierbij ook een grote rol. Erfelijkheid wil niet zeggen dat de ziekte van generatie op generatie wordt overgeërfd. Het gaat eerder om een aanleg voor deze ziekte. Bij ziekten zoals suikerziekte en hartaandoeningen is dit fenomeen eveneens bekend.

1.4 Diagnostiek


1.4.1 Symptomen


Bij deze ziekte zijn grote individuele verschillen te zien. Bij de ene groep patiënten zijn de klachten voortdurend hevig aanwezig en een andere groep heeft af en toe een beetje last. Er is over het algemeen een afwisseling van goede en slechte periodes. De ontsteking begint in het rectum en breidt zich daar vandaan, distaal, richting proximaal uit. De ontsteking beperkt zich bij colitis ulcerosa tot de mucosa. Het slijmvlies is dan rood en gezwollen, fijnkorrelig en snelbloedend. Dat kan spontaan ontstaan of door aanraken. Hoofdkenmerk van deze ziekte is: het lozen van bloed met of zonder faeces. Tussen de defaecaties door wordt vaak slijm uitgescheiden met een groot aantal rode en witte bloedcellen.

Soms breidt de ziekte zich uit tot de diepere lagen, met het risico dat er een perforatie ontstaat door uitzetting van de darm, dit met name in het colon transversum. Deze uitbreiding gaat gepaard met koorts, een snelle pols en meer ernstige algemene ziekteverschijnselen (toxisch megacolon).

Colitis ulcerosa kan je indelen in drie subtypen, namelijk:
  1. proctitis ulcerosa; alleen het rectum is aangetast door de ontsteking,
  2. linkszijdige colitis ulcerosa; ontsteking van het colon tot aan de flexura lienalis ofwel milthoek,
  3. pancolitis ulcerosa; ontsteking van de gehele dikke darm [noot 1].
De meest voorkomende symptomen zijn:

Bij een milde aanval:
  • bloed-, slijm- en/of etterverlies,
  • ontlastingsdrang, vaak meer dan 6 tot 10 keer per dag (bij linkszijdige colitis),
  • valse ontlastingsnood (aantasting van het rectum),
  • vaak normale en/of harde, droge ontlasting (indien de ontsteking beperkt blijft tot het rectum),
  • diarree ook wel vergezeld van bloed, slijm en pus (meer bij linkszijdige colitis),
  • tenesmi ofwel buikkrampen voor en tijdens de ontlasting. Uitermate pijnlijke rectale spasmen. Geen verlichting 's nachts,
  • borborygmi ofwel borrelingen in de darmen door aanwezige vloeistoffen en gassen bij een verhoogde peristaltiek,
  • incontinentie, ongewild verlies van ontlasting door verhoogde druk.

Bij een zware aanval kunnen naast bovenstaande symptomen ook nog voorkomen:
  • algemeen ziektegevoel,
  • koorts,
  • bloedarmoede door het vele bloedverlies,
  • vermagering door verlies van bloed en eiwitten met de ontlasting,
  • vermoeidheid door de aanwezigheid van ontstekingen, chronische diarree, koorts en vaak onvoldoende nachtrust. Tevens verlies van mineralen en vitaminen door langdurige diarree en/of bloedverlies.

1.4.2 Onderzoeksmethoden


Om colitis ulcerosa te kunnen diagnostiseren zijn er de volgende methoden voor onderzoek:
  • Endoscopie:
    Een scoop wordt via de anus ingebracht en men kan het slijmvlies van het colon rechtstreeks bestuderen (beeldvormingstechniek). Hierbij is het mogelijk ontstekingen op te sporen en biopten - het wegnemen van kleine stukjes weefsel - uit te voeren voor nader onderzoek.
  • CT-scan:
    Computer tomografie; scanneronderzoek waarbij doorsneden van het lichaam, in dit geval de darm, worden bestudeerd. Dit onderzoek geeft informatie over wat er zich in de darm afspeelt. Eventueel aanwezige abcessen (etterbuilen of ophopingen van pus) kunnen hiermee aangetoond worden.
  • Echografie van de buik:
    De weerkaatsing van ultrasone geluidsgolven wordt hier gebruikt om een beeld te vormen van de organen in de buik. Een overzichtsopname, die tegenwoordig op steeds meer plaatsen digitaal gemaakt wordt, geeft informatie over de luchtverdeling in de buik. Een ontstoken colon bevat weinig faeces (ontlasting) maar wel veel lucht.
  • Bloedonderzoek:
    Met bloedonderzoek heb je niet gelijk een goede diagnose. Wel kan je hiermee bloedarmoede, ontsteking en/of een slechte voedingstoestand diagnostiseren.
  • Ontlastingsonderzoek:
    Dit onderzoek is noodzakelijk voor het uitsluiten van andere infecties door bacteriën, wormen of parasieten.

Voetnoot:
[1] Overgenomen uit Pinkhof geneeskundig woordenboek, elfde herziene en uitgebreide druk. Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2006, blz. 568 (inflammatoire darmziekten, kopje indeling).