|
|
| Afkorting of woord: |
Verklaring: |
|
|
| A |
1: Het aminozuur alanine. 2: Ampère, de eenheid van electrische stroomsterkte. 3: Eén van de bloedgroepen. 4: Adenosine. 5: Adenine. |
| AA |
1: Aminozuur. 2: Anonieme alcoholisten. 3: Arachidonzuur, een omega-6 vetzuur. 4: Aplastische anemie. 5: Amyloïd A. 6: Arts-assistent. |
| AAA |
Aneurysma aortae abdominalis, oftewel aneurysma van de abdominale aorta. |
| AAAA |
Aneurysma aortae abdominalis atheroscleroticum, oftewel atherosclerotisch aneurysma van de abdominale aorta. |
| AAAAI |
Amerikaanse academie voor allergie, astma en immunologie. |
| AAB |
Algemeen aanduidingen besluit (warenwet). |
| AAC |
Acute allergische conjunctivitis. |
| AACC |
Antistof-afhankelijke cellulaire cytotoxiciteit. |
| AAD |
1: Antibiotica geassocieerde diarree. 2: Alfa-antitrypsine deficiëntie. |
| AADC |
Aromatisch aminozuur decarboxylase. |
| AAF |
Algemeen arbeidsongeschiktheidsfonds. |
| AAG |
1: Artsenfederatie additieve en alternatieve geneeskunde. 2: Arts voor arbeid en gezondheid. |
| AAH |
Analgetica-afhankelijke hoofdpijn. |
| Aambei |
Er bestaan inwendige, die zich binnen de anus bevinden en uitwendige. Aambeien (hemorroïde of haemorrhois) ontstaan door de uitzetting van aders van de endeldarm door stuwing in de anus. |
| AAPV |
Alopecia areata patiëntenvereniging. De AAPV is een landelijk werkende vereniging van en voor lotgenoten. Alopecia areata betekent 'pleksgewijze haaruitval'. Het is een aandoening die iedereen - man of vrouw, jong of oud - kan treffen. |
| AAR |
Antigeen-antistofreactie. |
| AAS |
1: Anabole / androgene steroïden. 2: Atomaire absorptie spectrometrie. Een AAS instrument werkt volgens het principe dat elk metaal licht kan absorberen met een specifieke golflengte. Men kan er het gehalte van chemische elementen mee bepalen. Bijvoorbeeld een bepaling van mineralen, zware metalen of vluchtige zware metalen. |
| AASV |
Algemeen aanvaarde standaard gezinsverzorging. |
| AAT |
Alfa-antitrypsine. |
| AAW |
Algemene arbeidsongeschiktheidswet. |
| Ab |
Antilichaam of antistof. |
| ABA |
Abscisinezuur, een isoprenoïde. |
| Abacterisch |
Het vrij van bacteriën zijn. |
| ABB |
Artsenvereniging voor biofysische geneeskunde en bio-informatie therapie. |
| ABBE |
Aandoening aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit. |
| ABC |
1: Academisch biomedisch centrum Utrecht. 2: Arbeid, bezigheid en creatief. 3: Ademweg vrijhouden, beademen en cardiale massage. |
| Abces of abscessus |
Dit is de, in een daarvoor niet bestaande holte in het lichaam, aanwezigheid van pus. Een abces wordt ook wel etterbuil genoemd. |
| ABE |
Acute bacteriële endocarditis. |
| ABGD |
Arts bedrijfs-gezondheidsdienst. |
| ABMT |
Autologe beenmergtransplantatie. |
| ABNG |
1: Artsenvereniging voor biologische en natuurlijke geneeskunde. 2: Artsenvereniging tot bevordering van de natuurgeneeskunde. Natuurgeneeskunde is een vorm van geneeskunde die een fundamenteel vertrouwen heeft in het zelfgenezend vermogen van de mens. Ziekte betreft altijd de gehele mens en zijn omgeving, ook wanneer de klachten slechts plaatselijk schijnen te zijn. Omdat ziekte-verschijnselen en symptomen een gevolg kunnen zijn van het genezingsproces, houdt de natuurgeneeskunde zich derhalve niet primair bezig met het bestrijden van de ziekte en het behandelen van symptomen, maar richt zijn aandacht op de hele mens (holistisch) en heeft oog voor de samenhang van lichaam, ziel en geest. Natuurgeneeskunde richt zich dus op bevordering van het zelfgenezend vermogen door de natuurlijke genezingsprocessen in het lichaam te stimuleren en te activeren met natuurlijke, biologische, psychische en/of energetische methodes. |
| ABP |
1: Androgeen-bindend peptide. 2: Androgeen-bindend proteïne. Eén van de eiwitten die, onder invloed van het follikelstimulerend hormoon of FSH, door de cellen van Sertoli in de zaadballen (teelballen of testes) worden geproduceerd. Het ABP eiwit bindt testosteron en vervult een rol bij de vorming van zaadcellen (spermatogenese of spermiogenese). |
| ABPA |
Allergische bronchopulmonale aspergillose. |
| ABS |
Acrylonitril butadieen styreen, een copolymeer. |
| Absorbens |
Een absorberend middel of stof. Het meervoud is absorbentia. |
| Absorberen |
Opslorpen, inzuigen of het in zich opnemen. |
| Absorptie |
Alle weefsels in het lichaam zijn in staat om andere, van buitenaf komende, stoffen in zich op te nemen (opslorping). |
| Abstergens |
Abstergentia zijn laxerende of afvoerende middelen. |
| ABV |
Amsterdamse biografische vragenlijst. |
| ABvC |
Algemene beroepsvereniging voor counselling. Hoewel counselling in Nederland steeds meer bekendheid verkrijgt is het voor velen een nog onbekend begrip. In Engeland en Amerika is het echter volledig geïntegreerd in de psychosociale hulpverlening. De professionele counselling-relatie met mensen wordt gebruikt om hen te helpen zichzelf te ontwikkelen en te helen. Om dit ook in Nederland te realiseren, hebben een aantal praktiserende counsellors besloten zich te verenigen in een beroepsvereniging. |
| ABVD |
1: Adriamycine, bleomycine, vinblastine en DTIC. 2: Adriblastina, bleomycine, vinblastine en dacarbazine. Het is een combinatie van cytostatica. |
| ABVK |
Amsterdamse biografische vragenlijst voor kinderen. |
| ABW |
Algemene bijstandswet. |
| ac |
Op een recept betekent dit: ante cenam, ofwel vóór de maaltijd. |
| Ac |
1: Acidum, ofwel zuur. 2: Symbool voor het actinium element uit het periodiek systeem. |
| AC |
1: Audiologisch centrum. 2: Auto-immuun cholangitis. 3: Abdominale circumferentie. 4: Anticholinergicum. 5: Anticoagulans of anticoagulantia. 6: Adenylaatcyclase. 7: Amino chelaat of aminozuurchelaat. 8: Adriblastina en cyclofosfamide, een combi van cytostatica. |
| ACA |
1: Acuut coronair syndroom. 2: Anticentromeer-antistof. 3: Acrodermatitis chronica atrophicans. 4: Anticardiolipine antistof. |
| ACAH |
Auto-immune chronisch actieve hepatitis. |
| Acaricide |
Dit is een middel dat mijten doodt. |
| ACAT |
Acetyl-coenzym A-cholesterol-acyltransferase. |
| ACBG |
Agentschap ten behoeve van het college ter beoordeling van geneesmiddelen. |
| ACBO |
Aortocoronaire bypass-operatie. |
| ACC |
1: Akademie commissie voor de chemie. 2: Agenese van het corpus callosum. |
| Acceptor |
Een ontvanger. |
| AcCoA |
Acetyl-coenzym A. |
| Accretie |
Een vergroeiing van, in een normale toestand, gescheiden weefsels. |
| Accumulatie |
Het accumuleren - denk aan het opslaan van energie in een accu - of een opeenstapeling, ook wel cumulatieve werking genoemd. |
| ACD |
1: Arteria coronaria dextra. 2: Atopische constitutionele dermatitis. |
| ACE |
1: Allergisch contacteczeem. 2: Angiotensine omzettend (converterend) enzym. 3: Acetylcholinesterase. 4: Alcohol, chloroform en ether. |
| ACER |
Angiotensine converterende enzym-remmer. |
| Acetaat |
Azijnzuurzout. |
| ACh |
Acetyl-choline. ACh is een transmitterstof die betrokken is bij de overdracht van neuromusculaire prikkels. |
| AChE |
Acetyl-cholinesterase. |
| AChR |
Acetylcholine-receptor. |
| ACH |
Arm, borstkas en heup. |
| ACI |
Accu-check inform, een glucosemeter voor de glucosebepaling in volbloed. |
| Acidum |
Zuur. |
| ACK |
Amsterdams centrum voor kinderstudies. |
| ACM |
Academisch college voor mesologie. |
| ACMG |
Academisch centrum mondzorg Groningen. |
| ACN |
1: Acetanilide. 2: Anthocyanine. |
| Acne |
Een ontsteking van de talgklieren van de huid. Er ontstaan puisten of meeëters (aangezichtsvin), vaak veroorzaakt door hormonale veranderingen tijdens de puberteit. |
| ACP |
Acyl vervoerend proteïne. ACP is van belang voor de synthese van cholesterol en vetzuren. |
| ACPA |
Anticytoplasmatische antistof. |
| ACS |
1: Arteria coronaria sinistra. 2: Acuut coronair syndroom. 3: Adenoom carcinoom sequentie. |
| ACSW |
Academisch centrum sociale wetenschappen. |
| ACT |
1: Alfa-chymotrypsine. 2: Geactiveerde stollings-tijd. |
| ACTA |
Academisch centrum tandheelkunde Amsterdam. |
| ACTB |
Advies-commissie toelating en begeleiding. |
| ACTH |
Het adrenocorticotroop hormoon van de hypofysevoorkwab. ACTH wordt ook wel corticotrofine of corticotropine genoemd. |
| Activator |
Een stof die zorgt dat een andere stof werkzaam wordt. |
| ActiZ |
ActiZ is een organisatie van zorgondernemers met, stand 1 januari 2008, 450 leden. Deze organisatie vertegenwoordigt zorgondernemers in een verpleeghuis, verzorgingshuis, de thuiszorg, jeugdgezondheidszorg en kraamzorg. |
| ACTP |
Adrenocorticotroop polypeptide. |
| Acupunctuur |
Als onderdeel van de traditionele Chinese geneeswijzen, de TCM of TCG, mag ook acupunctuur zich over een steeds groter wordende belangstelling verheugen. |
| Acuut |
Plotseling beginnend en meestal snel verlopend. |
| ACV |
1: Aciclovir. 2: Adviescommissie verslavingszorg. |
| ACVP |
Adriblastina, cyclofosfamide en VP16. Het is een combinatie van cytostatica. |
| AD |
1: Alzheimer ziekte (ziekte van Alzheimer). 2: Antidecubitus. 3: Arbeidsdeskundige. 4: Androgene deprivatie. 5: Auris dextra, het rechter oor. 6: Atopische dermatitis ofwel constitutioneel eczeem. |
| ADA |
Een enzym in het purine-metabolisme: adenosine-desaminase. In de cellen van het lymfatische systeem wordt de grootste activiteit van het ADA enzym aangetroffen. |
| Adamantine |
Tandglazuur. |
| ADB |
Ambulante deeltijd behandeling. |
| ADC |
Aids-dementie-complex. |
| ADCA |
Autosomaal dominante cerebellaire ataxie. |
| ADCC |
Antilichaam afhankelijk cel-gemedieerde of cellulaire cytotoxiciteit. |
| ADD |
Aandachts-tekort stoornis. ADD is een vorm van ADHD waarbij de hyperactiviteit niet voorkomt. |
| ADDH |
Aandachts-tekort stoornis met hyperkinesie. |
| Additief |
Een stof die aan voedingsmiddelen wordt
toegevoegd. Zo'n toevoeging moet bijvoorbeeld de geur, houdbaarheid,
kleur of smaak verbeteren. Het meervoud is additieven. |
| Ade |
Adenine. |
| ADEM |
Acute gedissemineerde encefalomyelitis. |
| ADF |
Angst, dwang en fobie. |
| ADH |
1: Een enzym dat alcohol in de lever oxideert, alcohol dehydrogenase. 2: Aldehyde-dehydrogenase. 3: Antidiuretisch hormoon. 4: Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Volgens de warenwet de dosis die benodigd is om geen tekorten te laten ontstaan. Er wordt hierbij logischerwijs geen rekening gehouden met een eventuele verhoogde behoefte of de persoonlijke omstandigheden. Op de etiketten kunnen we ook RLV of RDA tegenkomen. Ze hebben een gelijke betekenis. |
| ADHD |
Aandachts-tekort stoornis met hyperactiviteit. Men noemt ADHD ook wel 'alle dagen heel druk'. |
| ADI |
1: Aanvaardbare dagelijkse inname. 2: Aanbevolen dagelijkse inname. |
| Adipositas |
Corpulentie, vetlijvigheid of vetzucht, wordt ook obesitas genoemd. |
| Adjuvans |
Een toevoeging aan een geneesmiddel of medicijn die de werking ervan versterkt. Het meervoud is adjuvantia. |
| Adjuvant |
Als bijvoeglijk naamwoord: aanvullend, behulpzaam, ondersteunend of toegevoegd. |
| ADL |
1: Activiteiten in het dagelijkse leven. 2: Algemene dagelijkse levensverrichtingen. |
| ADMA |
Asymmetrisch dimethylarginine. |
| ADO |
Arbeid, dagbesteding en opleiding. |
| ADONIS |
Alcohol, drugs en overige middelen Nederlands informatie systeem. |
| ADP |
1: Antidiuretisch principe. 2: Adenosinedifosfaat. Bij diverse processen in het lichaam waar energie overgedragen wordt is ADP benodigd. Verder is het een voorloper van adenosinetrifosfaat en activeert een aantal enzymen. |
| ADPKD |
Vertaald is dit: autosomaal dominante polycysteuze nierziekte. |
| ADPN |
Autosomaal dominante polycysteuze nierziekte. |
| ADR |
Vertaald is dit: bijwerking van een geneesmiddel. |
| Adrenaline |
Hormoon uit het bijniermerg. |
| ADS |
1: Aandachtstekort-stoornis syndroom. 2: Antibiotica deficiëntie syndroom na het innemen van breedspectrum antibiotica. Onder andere micro-organismen in de mond en darm, die hier gevoelig voor zijn, kunnen hierdoor afsterven. |
| AE |
1: Antitoxine eenheid. 2: Immuniteits-eenheid. |
| AED |
Automatische externe defibrillator. |
| AES |
Atomaire emissie spectrometrie. |
| AES-ICP |
Atomaire emissie spectrometrie met inductief gekoppeld plasma. |
| AF |
1: Audiofrequent. 2: Atrium fibrillatie of fibrilleren. Een toestand van het hart waarbij de hartspieren zich snel en zonder coördinatie samentrekken. Het wordt ook wel fladderen genoemd. 3: Alkalische fosfatese. De waarde hiervan, die bij een kind hoger ligt dan bij een volwassene, kan tijdens een bloedonderzoek gemeten worden. |
| AFBZ |
Algemeen fonds bijzondere ziektekosten. |
| AFC |
Antilichaam-vormende cel. |
| Afla |
Aspergillus flavus, een soort uit het schimmelgeslacht Aspergillus. Zie ook: aflatoxine hier onder. |
| Aflatoxine |
Sommige soorten schimmels uit het Aspergillus geslacht zijn ziekteverwekkend ofwel pathogeen. Op ondeugdelijke pinda's (aardnoten of olienoten) vinden we aflatoxine. Het is een product uit de stofwisseling van de schimmel Aspergillus flavus wat giftig is. Deze aflatoxinen, metabolieten of mycotoxinen, kunnen aanleiding zijn voor het ontstaan van leverkanker. |
| AFM |
Atomaire kracht microscoop. |
| AFO |
1: Autonoom functie onderzoek. 2: Enkel-voet orthese. Een hulpmiddel in de vorm van een beugel of spalk wat de enkel en voet steun geeft en stabiliseert. |
| AFP |
1: Arteria femoralis profunda. 2: Alfa-foetoproteïne. 3: Anatomie, fysiologie en pathologie. 4: Ambulante forensische psychiatrie. |
| AFT |
Autogene frequencie therapie. |
| Aften |
Pijnlijke zweertjes van het mondslijmvlies, soms ook van de vulva. |
| Ag |
1: Symbool voor het zilver (argentum) element uit het periodiek systeem. 2: Antigeen. Dit is een stof die in het organisme als lichaamsvreemd wordt gezien. Vervolgens wordt er door het immuunsysteem een afweer reactie op gang gebracht. |
| AG |
1: Adviserend geneeskundige. 2: Assistent(e) gezondheidszorg. 3: Alternatieve geneeswijze. |
| AGA |
Alimentair geïnduceerde aandoening. |
| AGB |
1: Algemene gezondheidszorg en beroepen. 2: Algemeen gegevensbeheer zorgverleners. Deze zorgregistratie wordt door Vektis gedaan. |
| AGE |
1: Algemene gezondheidszorg en epidemiologie. 2: Geavanceerd glycosilatie eindproduct. Een AGE is een geglycosileerd eiwit. |
| AGF |
Aardappelen, groenten en fruit. |
| AGG |
Ambulante geestelijke gezondheidszorg. Zie ook: AGGZ. |
| Agglutinatie |
1: Een samenkleving van kleine deeltjes om zodoende vreemde stoffen te verwijderen die niet in bijvoorbeeld de neus of het oor thuishoren. 2: De samenklontering van bijvoorbeeld rode bloedlichaampjes of bacteriën. |
| Agglutineren |
Het samenklonteren of aaneenkleven. |
| AGGZ |
Ambulante geestelijke gezondheidszorg. Ambulante zorg is een vorm van, in dit geval, geestelijke hulpverlening en begeleiding waarbij men niet hoeft te worden opgenomen in een (zorg) instelling. |
| AGIKO |
Assistent-geneeskundige in klinisch onderzoek. |
| AGIO |
Assistent-geneeskundige in opleiding. |
| AGLT |
Zure-glycerol lysis test. |
| AGN |
1: Acute glomerulo-nefritis. 2: Ayurvedisch gezondheidscentrum Nederland. |
| AGNIO |
Assistent-geneeskundige niet in opleiding. |
| AGO |
1: Algeheel geneeskundig onderzoek. 2: Arbeid, gezondheid en opvoeding. |
| AGS |
Adreno-genitaal-syndroom. AGS is een erfelijke ziekte, waarbij een stoornis optreedt in de aanmaak van (steroïd)hormonen in de bijnierschors. |
| AGSW |
Antistof tegen glad spierweefsel. |
| AGW |
1: Adem grenswaarde. 2: Anogenitale wratten, het is de meest voorkomende virale sexueel overdraagbare aandoening (SOA). |
| AGZ |
Algemene gezondheidszorg. |
| Ah |
Ampère-uur. |
| AH |
1: Abdominale hysterectomie. 2: Apotheekhoudend huisarts. |
| AHC |
Acute hemorragische conjunctivitis. |
| AHF |
Antihemofilie factor. |
| AHG |
1: Antihumaan globuline. 2: Antihemofilie globuline. |
| AHL |
Acylhomoserinelacton. |
| AHNP |
Acute hemorragische necrotiserende pancreatitis. |
| AHO |
Achter het oor toestel (hoortoestel). |
| AHOP |
Adipositas, hyperthermie, oligomenorroe en parotitis. |
| AHTR |
Acute hemolytische transfusiereactie. |
| AI |
1: Auto-immuun. 2: Artificiële inseminatie. 3: Adequaat niveau van inneming. 4: Aviaire influenza. 5: Aorta-insufficiëntie. |
| AID |
Anti-inflammatoir geneesmiddel. |
| AIDS |
Het verkregen of verworven immuno-deficiëntie syndroom. Het is een syndroom dat wordt veroorzaakt door het HIV-virus. Bij AIDS wordt de afweer van het lichaam langzaam afgebroken. AIDS wordt gekenmerkt door een specifieke vermindering van de T-cellen en het ontstaan van karakteristieke secundaire infecties. |
| AIF |
Apoptose inducerende factor. |
| AIG |
Algemene inwendige geneeskunde. |
| AIH |
Auto-immuun hepatitis. AIH is een aandoening waarbij de lever ontstoken is doordat het afweersysteem zich, om tot nog toe onbekende redenen, tegen de lever richt. |
| AIHA |
Auto-immuun hemolytische anemie. |
| AIL |
Angio-immunoblastische lymfadenopathie. |
| AILD |
Angio-immunoblastische lymfadenopathie met dysproteïnemie. |
| AIN |
Acute interstitiële nefritis. |
| AIO |
Assistent(e) in opleiding. |
| AION |
Anterieure ischemische opticusneuropathie. |
| AIOS |
1: Arts in opleiding tot specialist. 2: Assistent in opleiding tot specialist. |
| AION |
Anterieure ischemische opticus neuropathie. |
| AIP |
Aldosteron geïnduceerde proteïne. |
| AIS |
1: Apotheek informatie systeem. 2: Androgeen ongevoeligheids-syndroom. 3: Algemene intravasale stolling. 4: Artsen informatiesysteem. |
| AISA |
Verkregen idiopathische sideroblastaire anemie. |
| AITP |
1: Auto-immuun trombocytopenie. 2: Autoimmuun trombocytopenische purpura. |
| AIVA |
Algemene en internationale volksgezondheids-aangelegenheden. |
| AIZ |
1: Auto-immuunziekte. 2: Afdeling voor intensieve zorg. |
| AJN |
Artsen jeugdgezondheidszorg Nederland. |
| AJO |
Adviesbureau voor jongeren en ouders. |
| AKA |
Anti-kern-antilichaam. |
| AKBA |
Acetyl-keto-bèta boswellia zuur. |
| AKC |
1: Atopische kerato-conjunctivitis. 2: Afdeling klinische chemie. |
| AKF |
Antikern-factor, ANF wordt ook gebruikt. |
| AKG |
Alkoxylglycerol. |
| AKJ |
1: Advies- en klachtenbureau jeugdzorg. 2: Advies- en klachtenburo jeugdhulpverlening. |
| AKSV |
Algemene kokswaren en snackproducenten vereniging. |
| Al |
1: Antilichaam. 2: Symbool voor het aluminium element uit het periodiek systeem. |
| Ala |
Het aminozuur alanine. |
| ALA |
1: Alfa-linoleenzuur, een omega-3 vetzuur. 2: Aminolevulinezuur. 3: Alfa-liponzuur. |
| Alanine |
Alanine of L-alanine is één van de aminozuren. |
| ALAT |
Alanine-aminotransferase. Dit is een enzym waarvan de hoeveelheid tijdens een bloedonderzoek vastgesteld kan worden. |
| ALBA |
Allergenenbank, het is een databank met gegevens over overgevoeligheid ten aanzien van voedsel. |
| Albumine |
Albumine is een eiwit wat in water oplost. |
| ALC |
1: Alcoholische levercirrose. 2: Acetyl-L-carnitine. Het is een vorm van L-carnitine die stabiel gemaakt is. |
| ALCAR |
Acetyl-L-carnitine. Zie ook ALC hierboven. |
| ALCAT |
Antigeen leucocyten cellulaire antistoffen test. |
| ALCO |
Algemeen co-assistentschap. |
| Alcohol |
Een chemische stof die wordt afgeleid van koolwaterstof. |
| ALD |
Adrenoleukodystrofie. |
| ALDIO |
Assistent laboratoriumdiagnostiek in opleiding. |
| Aldosteron |
Een hormoon van de bijnierschors. |
| Alfa-antitrypsine |
Een trypsine remmend eiwit. Een test door het laboratorium kan onder andere ontstekingen aan het licht brengen. |
| Alfa-liponzuur |
Een zowel in vet als water oplosbare antioxidant. Dit zuur kan zodoende zijn werk in en buiten de lichaamscellen doen. |
| ALFMV |
Algemene landelijke federatie minder-validen. |
| ALG |
Antilymfocyten-globuline. |
| Algesie |
Een voor pijn verhoogde gevoeligheid. |
| Algidus |
IJskoud. |
| Algurie |
Plassen (urinelozing) wat (die) gepaard gaat met pijn. |
| Alifatisch |
Met betrekking tot vetten. |
| Alimentair |
Wat met voeding te maken heeft. |
| Alimentatie |
Binnen deze context: voeding. |
| Alkali |
Stof die in verbinding met zuur een zout vormt. |
| Alkaloïden |
Een alkaloïd wordt, laag gedoseerd, ook
in geneesmiddelen toegepast. Het zijn stikstofhoudende bestanddelen van
planten die een sterke werking vertonen. |
| ALL |
1: Acute lymfatische leukemie. 2: Acute lymfoblastische of lymfoblastaire leukemie. 3: Acute lymfocytaire leukemie. |
| Allergenen |
Lichaamsvreemde stoffen die allergische reacties
kunnen veroorzaken. |
| Allergie |
Een, soms heftige, reactie opgeroepen door een overgevoeligheid voor bepaalde stoffen. Deze website bevat 3 pagina's met allergie als onderwerp:
• Allergie regulier bekeken.
• Allergie en acupunctuur volgens de traditionele Chinese geneeswijzen (TCM).
• Allergie en Ayurveda, allergie en intolerantie ayurvedisch bekeken. |
| ALMN |
Adreno-leuko-myelo-neuropathie. |
| ALO |
Academie lichamelijke opvoeding. |
| ALS |
1: Antilymfocytenserum. 2: Amyotrofische lateraalsclerose. 3: Amyotrofe laterale sclerose (lateraalsclerose). 4: Vertaald is dit: geavanceerd levens-support. |
| ALT |
Alanine aminotransferase. Zie ook: ALAT. |
| ALVA |
Apparatuur voor lichamelijk, visueel en auditief gehandicapten. |
| Alvleesklier |
Pancreas. Deze heeft een endocriene functie en
scheidt een voor de spijsvertering belangrijk sap af, het pancreassap. |
| ALW |
Aard- en levenswetenschappen. |
| ALZ |
Alfa-linoleenzuur. De afkorting ALA wordt vaker gebruikt. |
| Am |
Symbool voor het americium element uit het periodiek systeem. |
| AM |
Amplitudemodulatie. |
| AMA |
Antimitochondriën-antistoffen. |
| Amalgaam |
Word (werd) gebruikt als vulling voor tanden en
kiezen. Het is een verbinding van metaal met kwikzilver. |
| AMAN |
Acute motorische axonale neuropathie. |
| Amandel |
Tonsil. Lymfatisch orgaan, links en rechts achterin de mondholte. |
| AMC |
Academisch medisch centrum Amsterdam. |
| AMCR |
Anaerobic moving curved rods. Dit kan b.v. de
Trichomonas vaginalis zijn met vaak ook bacteriële infecties. |
| AMD |
Aan de leeftijd gerelateerde macula-degeneratie, een belangrijke oorzaak van blindheid. |
| Amenorroe of amenorrhoea |
Het uitblijven van de menstruatie wat ontstaat in
de hypothalamus. |
| Ameube |
Zie: amoebe. |
| Amfetaminen |
Zie: wekaminen. |
| AMI |
Acuut myocardinfarct. |
| Aminozuren |
Zij vormen bouwstenen van de eiwitten en zijn
organische zuren van vaak gecompliceerde structuur. |
| AMK |
Advies- en meldpunt kindermishandeling. |
| AML |
Acute myeloïde leukemie. |
| AMN |
Adrenomyeloneuropathie. |
| Amnesie |
Geheel of gedeeltelijk verlies van het geheugen. |
| Amoebe of amoeba |
Een ééncellig diertje dat
zich voortbeweegt op schijnvoetjes en gemakkelijk van vorm verandert. |
| AMP |
Adenosinemonofosfaat. |
| Ampul |
Een glazen buisje, bijvoorbeeld voor het opslaan
van een injectiestof of gevuld met materiaal benodigd voor
testdoeleinden. |
| AMS |
1: Alfa-methylstyreen. 2: Alfa-methylstyrol. 3: Arteria mesenterica superior. |
| AMV |
Adem-minuut-volume. |
| AMW |
Algemeen maatschappelijk werk. |
| an |
Op een recept betekent dit: voor de nacht. |
| AN |
Acrylonitril. |
| ANA |
1: Antistoffen tegen nucleaire antigenen. 2: Antinucleaire antistof of antilichaam, ANF wordt ook gebruikt. |
| Anaal |
Tot de anus behorend. |
| Anaboliet |
Anabole metaboliet. |
| Anabolisme |
De opbouwende fase in het stofwisselingsproces
(opbouwend metabolisme). Wordt ook wel assimilatie genoemd. |
| Analgeticum |
Een geneesmiddel dat pijnstillend werkt. |
| Anamnese |
Het intake gesprek, om zodoende gegevens te
verzamelen over het ontstaan van een aandoening of ziekte. |
| Anatomie |
De leer van de samenstellende delen van het
menselijk lichaam (ontleedkunde). |
| ANBI |
Algemeen nut beogende instelling. |
| ANBN |
Stichting anorexia en boulimia nervosa. |
| ANBO |
Algemene Nederlandse bond van ouderen. |
| ANBoS |
Algemene Nederlandse bond van schoonheidsinstituten. |
| ANC |
Absoluut neutrofielen (neutrofiele granulocyten) aantal. |
| ANCA |
Anti-neutrofiele cytoplasmatische antistof. |
| Androgeen |
Mannelijke kenmerken veroorzakend. |
| Androgene stoffen |
Hormonen die een vermannelijking tot gevolg
hebben. De kenmerken worden bij de man versterkt en bij de vrouw veroorzaakt. |
| Anemie of anaemia |
Bloedarmoede met onder andere als kenmerk een te laag gehalte aan hemoglobine (Hb). |
| ANF |
1: Atrium-natriuretische factor. 2: Anti-nucleaire factor, ANA wordt ook gebruikt. 3: Atriaal-natriuretische factor. |
| ANG |
Alliantie van natuurlijke geneeswijzen. |
| Angina |
Elke aandoening die gepaard gaat met een pijnlijk gevoel van verstikking. |
| ANGNN |
Academie voor natuurlijke geneeswijzen noord-Nederland. |
| ANGO |
Algemene Nederlandse gehandicapten organisatie. |
| Angulair |
Hoekvormig. |
| Angulus |
Hoek. |
| ANH |
Acute normovolemische hemodilutie. |
| ANIB |
Algemene Nederlandse invalidenbond. |
| Anisakiasis |
De zogenoemde haringwormziekte. De larve van
Anisakis, die sporadisch in ongezouten verse haring voorkomt,
kan bij de mens acute etterige darmwandontsteking veroorzaken. |
| ANLL |
Acute niet-lymfatische leukemie. |
| ANP |
Atrium- (atriaal- of atrio-) natriuretisch peptide. |
| ANT |
Associatie Nederlandse tandartsen. |
| Anthelminthicum |
Geneesmiddel tegen infecties van wormen in het maag-darmkanaal. |
| Antibioticum |
Chemische stof die bacteriën kan doden
of het vermenigvuldigen hiervan verhindert. Het meervoud is antibiotica. |
| Anticonceptie |
Alle middelen die bevruchting moeten voorkomen. |
| Antigeen |
Een lichaamsvreemde stof, het is meestal een eiwit, die de vorming van een specifieke antistof veroorzaakt en zich daar aan bindt. Het meervoud is antigenen. |
| Antigliadine |
Er zijn mensen die absoluut niet tegen gluten in hun eten kunnen. Deze gluten komen echter in veel voedingsmiddelen voor. Eén van de stoffen die we in gluten aantreffen is het eiwit gliadine. Het aanwezige gehalte aan antigliadine in de ontlasting (feces) kan in het laboratorium bepaald worden. |
| Antilichamen |
Zie: antistoffen iets lager op deze pagina. |
| Antimycoticum |
Een geneesmiddel tegen schimmelinfecties. |
| Antioxidans of antioxidant |
Een stof die oxydatie tegengaat. |
| Antistoffen |
Antistoffen of antilichamen zijn eiwitten die in het bloedserum voorkomen. Ze worden gevormd als beschermende reactie op in het lichaam binnengedrongen antigenen. Dit binnendringen kan naar aanleiding van een infectie gebeuren of door inenting ontstaan. De antistof kan met het antigeen een, voor het lichaam niet meer schadelijke, verbinding aangaan. Zie ook: immunoglobulinen. |
| Antiviraal |
Het tegen een virus werkzaam zijn. |
| Antropologie |
De leer van de natuurlijke eigenschappen van de mens. |
| ANTTT |
Artsenvereniging voor niet-toxische tumortherapie. |
| ANUG |
Acute necrotiserende ulceratieve gingivitis. |
| ANVAG |
Algemene Nederlandse vereniging voor ayurveda geneeskunde. |
| ANVC |
Algemene Nederlandse vereniging van contactlens-specialisten. |
| ANW |
1: Avond, nacht en weekend. 2: Algemene natuur-wetenschappen. 3: Algemene nabestaandenwet. |
| ANZ |
Algemene Nederlandse zuivelbond. |
| ANZN |
Academie voor natuurgeneeskunde Zuid-Nederland. |
| AO |
1: Anonieme overeters. 2: Arbeidsongeschiktheid. |
| AOE |
Angiotensine omzettend enzym. De afkorting ACE wordt vaker gebruikt. |
| AOF |
Arbeidsongeschiktheidsfonds. |
| AOK |
Achterste oogkamer. |
| AOL |
Acute ongedifferentieerde leukemie. AUL wordt ook gebruikt. |
| AOM |
Acute otitis media. |
| AOP |
1: Arbeidsongeschiktheidspensioen. 2: Adipositas, oligomenorroe en parotiszwelling. |
| Aorta |
Een uit de linker hartkamer ontspringende grote
slagader in het lichaam. |
| Aorticus |
Met betrekking tot de aorta of hiertoe behorend. |
| Aortitis |
Ontsteking van de aortawand. |
| Aortografie |
Na het inspuiten van een contrastvloeistof kan met behulp van röntgenapparatuur de aorta en vertakkingen onderzocht worden. |
| Aortogram |
Het door middel van een röntgenfoto verkregen beeld tijdens de aortografie. |
| AOS |
Androgeen ongevoeligheids-syndroom. |
| AOT |
Adem- en ontspannings-therapie. |
| AOV |
1: Algemeen ouderen verbond. 2: Arbeidsongeschiktheidsverzekering. |
| AOW |
Algemene ouderdomswet. |
| AP |
1: Anus praeternaturalis. 2: Angina pectoris. 3: Alkalische fosfatase, AF wordt ook gebruikt. 4: Acute patiënt. 5: Antipsychoticum. 6: Actie-potentiaal. 7: Anaemia perniciosa, ofwel pernicieuze anemie. 8: Amnion-punctie, een punctie van het lamsvlies. 9: Arteria-pulmonalisdruk. |
| Apathie, apathisch |
Ongevoeligheid voor indrukken van buitenaf,
lusteloosheid. |
| APC |
1: Antigeen presenterende cel. Verwekkers van ziekten kunnen door de APC's worden opgenomen en vervolgens afgebroken. 2: Adenomateuze polyposis coli. 3: Geactiveerd proteïne-C. 4: Acetosal-paracetamol-cafeïne (coffeïne). Een lang bekend koortswerend en pijnstillend middel tegen hoofdpijn, spierpijn en andere pijnen. 5: Adenoïd-pharynx-conjunctiva, een tot de adenovirussen gerekende groep virussen. |
| APCA |
Anti-pariëtale-cellen antistof. |
| APCP |
Amsterdams patiënten consumenten platform. De APCP behartigt de belangen van mensen die lijden aan migraine, spierspannings-hoofdpijn, aangezichtspijn, clusterhoofdpijn of chronische dagelijkse hoofdpijn. |
| APD |
1: Pamidroninezuur. 2: Acuut psychiatrische dienst. 3: Automatische peritoneaal dialyse. 4: Amino-hydroxypropylideen-difosfonaat. |
| APF |
Anti-perinucleaire factor. |
| APKD |
Vertaald is dit: autosomaal polycysteuze nierziekte. |
| APL |
Acute promyelocytaire leukemie. |
| APLA |
Abortus provocatus lege artis. |
| APLD |
Automatische percutane lumbale discectomie. |
| APO |
1: Apolipoproteïne. 2: Algemeen periodiek onderzoek. |
| APP |
Amyloïde precursor proteïne. |
| Appendix |
Aanhangsel. Bijvoorbeeld het wormvormig
aanhangsel van de blindedarm, ofwel appendix vermiformis. |
| APR |
Achillespees-reflex. |
| APS |
1: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. 2: Adenosine-fosfosulfaat. 3: Actie potentiaal simulatie. 4: Acute pijn service. |
| APSAC |
Geacyleerd plasminogeen streptokinase activerend complex. |
| APTT |
Geactiveerde partiële tromboplastinetijd. Dit wordt ook wel cefalinetijd genoemd en deze kan tijdens een bloedonderzoek gemeten worden. |
| APUD |
Amine-voorloper, opname en decarboxylatie. |
| APZ |
Algemeen psychiatrisch ziekenhuis. |
| AQP |
Aquaporine. |
| Ar |
Symbool voor het argon element uit het periodiek systeem. |
| AR |
Allergische rinitis. |
| Ara |
Arabinose. |
| ArA |
Aromatische amine. |
| ARAM |
Antigeen receptor activatie motief. |
| ARAS |
Ascenderend reticulair activerend systeem. Dit systeem bestaat uit een groep neuronen in de hersenstam - onderdelen van de reticulaire formatie - en een diep in het centrum van de grote hersenen liggende groep neuronen, onderdeel van de thalamus. Voor een normaal bewustzijn is het ARAS essentieel. |
| ARB |
Angiotensine-receptor-blokkeerder of blokker. |
| ARBO |
Arbeidsomstandigheden. |
| Arbovirussen |
Een verzamelnaam voor virussen welke door geleedpotigen (artropoden) overgebracht worden. Denk hierbij maar aan muggen en teken. |
| ARC |
AIDS-gerelateerd complex. |
| Arcade |
Anatomische structuur in de vorm van een boog. |
| Arcuaris |
Boogvormig. |
| Arcus |
Boog. |
| ARD |
Acute respiratoire ziekte. |
| ARE |
Amoxicilline resistente Enterococcus. |
| ARF |
Acute nierinsufficiëntie. |
| Arg (R) |
Het aminozuur arginine. |
| Arginine |
Arginine of L-arginine is één van de
semi-essentiële aminozuren. |
| ARGO |
Advies en onderzoek in de gezondheidszorg en ouderenzorg. |
| ARI |
Anti-resus immunoglobuline. |
| ARIN |
Acute omkeerbare intrinsieke nierinsufficiëntie. |
| ARS |
Arterio-renale stenose. |
| ART |
1: Anti-repressor translatie. 2: Attentie restoratie theorie. 3: Algemene relativiteitstheorie. |
| Arterie of arteria |
Een slagader of bloedvat waarin het bloed in een richting van het hart af stroomt. De belangrijkste is, er zijn er vele, de aorta. |
| Arteriitis |
Een ontsteking van de slagaderwand. |
| Arteriosclerose of arteriosclerosis |
Verharding van het weefsel van de wand der slagaders waardoor deze niet meer soepel blijft. Men noemt het meestal slagaderverkalking. |
| Artificieel of artificialis |
Kunstmatig. |
| Artritis of arthritis |
Gewrichtsontsteking. |
| Artropoden |
Geleedpotigen. |
| Artrose of arthrosis |
De meest op hogere leeftijd voorkomende degeneratie van gewrichten. |
| ARUI |
Antireflux ureter-ileum. |
| ARV |
AIDS-geassocieerd retrovirus. |
| As |
1: Het aminozuur aspartaat. 2: Symbool voor het arseen (arsenicum) element uit het periodiek systeem. |
| AS |
1: Aortastenose. 2: Atherosclerose. 3: Anabole steroïden. 4: Auris sinistra, het linker oor. |
| ASA |
1: Acetylsalicylzuur. 2: Aminosalicylzuur. 3: Anti-spermatozoën- of antispermatozoa-antistof. Een antistof die bevruchting verhindert door zich aan spermatozoa te hechten. |
| ASAS |
Astrologische associatie. De ASAS is een vakvereniging van astrologen. |
| ASAT |
1: Aspartaat-amino-transferase. ASAT is een enzym wat betrokken is bij de aanmaak van eiwitten. Een verhoogd ASAT past onder andere bij een leverontsteking (hepatitis) of schade aan de spieren. Wanneer de ASAT-waarde meer is verhoogd dan de ALAT-waarde duidt dit vaak op een vergiftiging. 2: Asparagine-amino-transferase. De hoeveelheid hiervan kan tijdens een bloedonderzoek vastgesteld worden. |
| ASB |
Antishockbroek. |
| Ascorbinezuur |
Vitamine C. |
| ASD |
1: Adenylsuccinase-deficiëntie. 2: Autisme spectrum stoornis. 3: Atrium-septum defect. Dit betekent een opening in het tussenschot van het hart. Het ASD en PFO ofwel 'patent foramen ovale' zijn beide aangeboren openingen in het tussenschot van de boezems in het hart. Zowel bij een ASD als bij een PFO vermengt zuurstofrijk bloed uit de linkerboezem zich met zuurstofarm bloed uit de rechterboezem. Bij een ASD stroomt het bloed van de linker- naar de rechter boezem. Bij een PFO is dit omgekeerd: hierbij kan bloed van de rechter- naar de linker boezem stromen. |
| Aseptisch |
Vrij van ziektekiemen. |
| ASF |
1: Agrarisch sociaal fonds. 2: Algemeen sociaal fonds. |
| ASG |
Anion stabiliserende groep. |
| ASH |
1: Asymmetrische septale hypertrofie. 2: Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit. |
| ASK |
Antistreptokinase. |
| ASM |
Ademstimulerende massage. |
| Asn (N) |
Het aminozuur asparagine. |
| ASN |
Actieve kweek-supernatant. |
| ASO |
Antistreptolysine O. |
| Asomnie |
Slapeloosheid. |
| Asp |
De afkorting voor asparaginezuur. |
| ASP |
1: Asparaginase. 2: Apotheek service punt. |
| Asparaginezuur |
Asparaginezuur of L-asparaginezuur is een aminozuur. |
| ASPS |
Antisociale persoonlijkheidsstoornis. |
| ASR |
1: Antistreptolysine reactie. 2: Aldosteron secretie waarde. 3: Analytisch-synthetische respons. |
| ASS |
1: Autisme spectrum stoornis. 2: Acute stress-stoornis. 3: Arginino-succinezuur-synthetase. 4: Atypische somatoforme stoornis. 5: Academie voor sociale studies. |
| Assay |
Analyse (essaai, keuring of toets). |
| Assimilatie |
Het in het lichaam verwerken van verschillende
voedingsstoffen door een hele reeks scheikundige processen. |
| AST |
1: Ademstoot-test. 2: Anti-streptolysine-titer. 3: Ayurvedisch schoonheids-therapeut. |
| Astma of asthma |
Een belemmering in de doorgang van de luchtwegen.
Men spreekt ook wel over benauwdheid, ademnood of aamborstigheid en
men bedoelt meestal astmatische bronchitis. |
| Astrocyt |
1: Cel van het beenweefsel. 2: In het centrale zenuwstelsel vinden we stervormig vertakte gliacellen met korte dan wel lange uitlopers, de astrocyten. Zie ook: macroglia. |
| Astroglia |
Zie: macroglia. |
| ASV |
Federatieve vereniging van specialisten in academische ziekenhuizen. Het is nu de 'Orde van medisch specialisten' die na een fusie in januari 1997 ontstaan is. |
| Asymptomatisch |
Zonder ziekteverschijnselen. |
| ASZ |
1: Acetylsalicylzuur. 2: Albert Schweitzer ziekenhuis. |
| At |
Symbool voor het astaat (astatium) element uit het periodiek systeem. |
| AT |
1: Antitoxine. 2: Arbeidstherapie. 3: Alt-tuberculine. 4: Applanatie-tonometrie. 5: Antitrombine. AT vermindert de werking van trombine en remt zodoende diverse actieve bloedstollings-factoren. |
| ATA |
Atmosfeer absoluut. |
| ATBC |
Alfa-tocoferol, beta-caroteen. |
| ATC |
1: Academisch transmuraal centrum. 2: Automatische temperatuur controle. 3: Anatomisch, therapeutisch en chemisch. |
| ATCL |
Volwassen T-cel lymfoom. |
| ATE |
Adenotonsillectomie. |
| ATG |
1: Anti-T-celglobuline. 2: Anti-thymocyten globuline of antithymocyten immunoglobuline. |
| ATL |
Volwassene T-cel leukemie. |
| ATLL |
Volwassene T-cel leukemie lymfoom. |
| Atm |
Atmosfeer. |
| ATM |
1: Acute transversale myelitis. 2: Acute transversale myelopathie. |
| ATN |
Acute tubulusnecrose. |
| ATNR |
Asymmetrische tonische nekreflex. |
| Ato |
Atmosfeer overdruk. |
| Atopie |
Een aangeboren of erfelijke constitutie. Deze veroorzaakt dat het lichaam overgevoelig reageert op het in contact komen met een stof of allergeen. We vinden atopische allergenen onder andere in het stuifmeel van grassen, huisstof, voedingsmiddelen en de ook in Nederland steeds meer voorkomende Ambrosia plant. |
| Atopisch |
Met betrekking tot een atopie. Atopische ziekten of een atopisch syndroom. Een paar voorbeelden hiervan: allergisch astma, hooikoorts en constitutioneel eczeem. |
| ATP |
1: Adenosinetrifosfaat. 2: Auto-immuun trombopenie. |
| Atrium |
De voorkamer of boezem van het hart. Wordt ook
wel met sinus (holte) aangeduidt. |
| Atrofie of atrophia |
Het verkleinen of verschrompelen van organen,
vezels of weefsels door een teruggang in de voedingstoestand. |
| ATS |
1: Anti-tetanus serum. 2: Anti-thymocyten serum. |
| ATT |
1: Anti tetanus toxoïd. 2: Arginine tolerantie-test. 3: Anti toxine-titer. 4: Adrenaline Thorn test. |
| Au |
Symbool voor het goud (aurum) element uit het periodiek systeem. |
| AU |
1: Anson eenheid of eenheden. 2: Allergie-unit. |
| AUC |
1: Aminoglycosiden topconcentratie. 2: Oppervlakte onder de plasmaconcentratie/tijd-curve. De AUC is een maat voor de totale blootstelling (expositie) aan een geneesmiddel. |
| AUL |
Vertaald is dit: acute ongedifferentieerde leukemie. AOL wordt ook gebruikt. |
| Auraal |
Met betrekking tot het oor of gehoor. |
| Auris |
Oor. |
| Autisme |
Een storing in de ontwikkeling die meestal jong begint. Deze levert ernstige beperkingen op met betrekking tot de communicatieve en sociale vaardigheden. Er is tevens vaak sprake van een verstandelijke handicap en zich herhalende stereotiepe gedragspatronen. |
| Auto-immuunziekten |
Dit kunnen een hele rij ziekten zijn. Zij worden toegeschreven aan door het lichaam gevormde antistoffen die tegen eigen lichaamsweefsels werken. |
| Autonoom |
Onafhankelijk of zelfstandig, naar eigen wetten levend. |
| Autosomaal |
Het bijvoeglijk naamwoord van autosoom. |
| Autosoom |
Dit is een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is. |
| AUV |
Amsterdamse universiteits-vereniging. |
| AV |
1: Arterioveneus. 2: Atrioventriculair. 3: Atrium-ventrikel. 4: Accessore verbinding. 5: De gezichtsscherpte, acies visus. 6: Aanvullende verzekering. 7: Apothekers vereniging. |
| AVA |
1: Arterioveneus aneurysma. 2: Arterioveneuze anomalie. 3: Afdelings-vertrouwensarts. 4: Arterioveneuze anastomose. |
| AVADI |
Aanvaardbare veilige en adequate dagelijkse inneming. |
| AVAG |
Academie verloskunde Amsterdam en Groningen. |
| Avasculair |
Geen vaten of bloedvaten bevattend. |
| AVC |
1: Aberrante ventriculaire conductie. 2: Antilichaam-vormende cel. 3: Audiovisuele communicatie. |
| AVD |
Atrium-ventrikel-dual. |
| Aversie |
Afkeer of tegenzin. |
| AVG |
1: Aangepaste (adaptieve) voorziening voor gehandicapten. 2: Arts voor verstandelijk gehandicapten. 3: Ambulante verslavingszorg Groningen. |
| AVIB |
Algemene vereniging van instellingen voor bejaardenzorg. |
| Avirulent |
Niet ziekte-verwekkend of giftig. |
| Avitaminose |
Een door gebrek aan vitaminen veroorzaakte aandoening of ziekte. |
| AVKV |
Alvleesklier vereniging. |
| AVL |
1: Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. 2: Agressie vragenlijst. |
| AVM |
1: Arterio-veneuze malformatie. 2: Ayurvedisch massage therapeut. |
| AVMV |
Algemene vereniging medisch verzekerden. |
| AVN |
1: Astrologische vakvereniging Nederland. 2: Antroposofische vereniging in Nederland. 3: Afasie vereniging Nederland. Afasie staat voor door hersenletsel veroorzaakte stoornissen. |
| AVO |
Aanvullende opvang. |
| AVP |
1: Alcohol voorlichtingsplan. 2: Arginine-vasopressine. |
| AVRUEL |
Abdomino-vaginale radicale uterus-extirpatie en lymfeklieren-extirpatie. |
| AVSD |
Atrioventriculair septum-defect. |
| AVVV |
1: Algemene vereniging verplegenden en verzorgenden. 2: Algemene vergadering verplegenden en verzorgenden. Sinds 1 augustus 2006 is de AVVV gefuseerd met de beroepsverenigingen tot verpleegkundigen en verzorgenden Nederland, namelijk de V&VN. |
| AVZ |
Actuariële voorziening ziektekostenverzekeringen. |
| AWBZ |
Algemene wet bijzondere ziektekosten. De AWBZ verzekert iedere Nederlander tegen 'onverzekerbare risico's', zoals het bekostigen van langdurige en chronische zorg. De AWBZ vergoedt (hoge) medische kosten die ziekenfonds-verzekeringen of particuliere ziektekosten-verzekeringen niet vergoeden. Onderzoek en preventieve maatregelen komen ook ten laste van de AWBZ.
De zorgbehoefte van mensen die in aanmerking komen voor de AWBZ wordt uitgedrukt in een zestal functies. Iemand kan een indicatie krijgen voor één of meer van de volgende functies:
- persoonlijke verzorging,
- verpleging,
- ondersteunende begeleiding,
- activerende begeleiding,
- behandeling,
- verblijf.
Iemand met een indicatiebesluit voor AWBZ-zorg heeft de keuze tussen zorg in natura en een persoonsgebonden budget ofwel PGB. Er is geen PGB mogelijk voor de functies behandeling en verblijf. Voor 'tijdelijk verblijf' gelden aparte regels.
De huishoudelijke verzorging is per 1 januari 2007 overgegaan uit de AWBZ naar de Wmo. |
| AWEG |
Academische werkplaats voor eerstelijns-gezondheidszorg. |
| AWI |
Aanvaardbare wekelijkse inname. |
| AWO |
Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor de sector zorg en welzijn. |
| AWOB |
Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor bejaardenoorden. |
| AWOZ |
Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor het ziekenhuiswezen (ziekenhuizen). |
| AWW |
Algemene weduwen- en wezenwet. |
| Axilla |
Oksel. |
| Ayurveda |
Een manier van behandelen die onderdeel is van de
traditionele geneeswijzen in India. De Ayurveda, als holistisch toegepaste natuurgeneeswijze, bestaat al vele eeuwen. Zie ook de aparte pagina over Ayurveda. |
| AZ |
1: Academisch ziekenhuis. 2: Algemeen ziekenhuis. 3: Arachidonzuur. De afkorting AA wordt ook gebruikt. |
| AZA |
Algemeen ziekenfonds Amsterdam. |
| AZC |
Asielzoekers-centrum. |
| AZF |
Azoöspermie-factor. |
| AZG |
1: Artsen zonder grenzen. 2: Academisch ziekenhuis Groningen. Het AZG is op 1 januari 2005 na een fusie het UMCG, ofwel universitair medisch centrum Groningen. |
| AZH |
Algemeen ziekenhuis. |
| AZI |
Algemene zwakzinnigen-inrichting. |
| AZM |
Academisch ziekenhuis Maastricht. |
| AZN |
1: Ambulance zorg Nederland. 2: Academisch ziekenhuis Nijmegen of St. Radboud.
|
| Azoöspermie |
Een veel te klein aantal of het afwezig zijn van zaadcellen (spermatozoa) in het zaad (ejaculaat) van de man. Een oorzaak van mannelijke onvruchtbaarheid. |
| AZR |
1: AWBZ-brede zorgregistratie. 2: Aschheim-Zondek reactie. 3: Academisch ziekenhuis Rotterdam. Het AZR heet thans het Erasmus medisch centrum ofwel Erasmus MC. |
| AZS |
Autonoom zenuwstelsel. |
| AZT |
1: Azidothymidine (azido-deoxythymidine). 2: Zidovudine, een middel (virustaticum) tegen infectie-ziekten. Het wordt toegepast bij een HIV-infectie. |
| AZU |
Academisch ziekenhuis Utrecht. Sinds 1999 is dit het universitair medisch centrum Utrecht, ofwel het UMC Utrecht. |
|
|