Allergie

Wanneer het lichaam reageert op een stof die waarschijnlijk onschadelijk is praten we over een allergie. Ons immuunsysteem, wat de afweer verzorgt, vergist zich dan en behandelt deze stof als ziekteverwekkend met een te heftige reactie als gevolg. Dit soort overgevoeligheden voor bepaalde stoffen kan soms schade aan weefsels en tevens ontstekingsreacties doen ontstaan. Deze allergische reacties met alle problemen in het lichaam ontstaan dus niet door de stof die binnendringt maar door de hevige reactie van de eigen afweer, de immunorespons, die daar op volgt.
Een aantal voorbeelden van allergische reacties zijn:
  • astma (allergisch astma, beroepsastma);
  • eczeem, constitutioneel eczeem op basis van een aangeboren overgevoeligheid wordt ook wel atopisch eczeem of atopische dermatitis genoemd;
  • hooikoorts of pollinose (allergische rinitis of rhinitis, ontsteking van het neusslijmvlies) en
  • allergie voor medicijnen, vaak voor antimicrobiële middelen of antibiotica gericht tegen infectieziekten zoals de penicillinen en cefalosporinen. Penicilline kan overigens ook in melk aangetroffen worden, dit om infecties bij koeien tegen te gaan.
Lichamelijke reacties van allergische aard kunnen licht maar ook ernstig zijn en leveren eerst en vooral veel ongemak op in het dagelijks leven. Deze reacties, of ze nu gevaarlijk zijn of niet, betekenen toch wel een behoorlijke aanslag op de kwaliteit van leven. In veel gevallen heb je dan last van bij voorbeeld jeukende ogen of neus, een loopneus, verstopte neus, jeukende huid of een niesbui (niezen). Er kan echter ook een levensbedreigende situatie optreden als er ademnood, een zeer lage bloeddruk of hartfalen optreden die leiden tot een toestand van shock. Bij gevoelige mensen kan een dergelijke reactie leiden tot een anafylactische shock.

In lichamelijke zin is overgevoeligheid eigenlijk een term die drie typen reacties onder zich verzamelt. Reacties op van buiten het lichaam afkomstige prikkels. Deze 3 reacties zijn allergie, hyperreactiviteit en intolerantie. Hyperreactiviteit slaat hier op een overprikkeld orgaan zoals de huid, longen en de neus. Intolerantie betekent een niet-immunologisch reageren op prikkels, een onvermogen om iets te verdragen zoals een geneesmiddel of sulfiet als additief in drank of voedsel.

Er liepen schattingen dat ruim 20% van de Nederlandse bevolking een vorm van allergische overgevoeligheid of atopie heeft (constitutie of gestel). Een groot gedeelte daarvan blijkt dan ook daadwerkelijk een allergie te ontwikkelen [noot 1]. Volgens een onderzoek, uitgevoerd door de Consumentenbond, zijn de meest voorkomende klachten:
  • niezen ( 49% );
  • loopneus ( 45% );
  • rode en / of opgezwollen ogen ( 39% );
  • aanvallen van kortademigheid ( 30% );
  • kortdurende huiduitslag met jeuk ( 27% );
  • langdurige jeukende huiduitslag ( 24% ).
De percentages zijn hier afgerond naar de dichtstbijzijnde hele waarde. Aangezien de mensen meer dan een enkele klacht kunnen hebben heeft het geen zin de percentages op te tellen en te verwachten dat deze op 100% uitkomen!

Afhankelijk van de stof die een allergie veroorzaakt kan je gedurende een bepaalde periode in het jaar (stuifmeel of pollen) of het gehele jaar last ondervinden. Iemand die allergisch is noemt men ook wel allergicus. Nationale en internationale studies tonen een toename van allergische ziekten aan. Het zijn de meest voorkomende chronische aandoeningen onder de bevolking, dit wereldwijd.

Men heeft becijferd dat bij een kind de kans op het ontwikkelen van een allergie ongeveer 20% bedraagt wanneer één van de ouders een allergische aandoening heeft. De kans hierop stijgt naar circa 45% wanneer tevens een broer of zusje een allergie heeft. Een kind met ouders die allebei door dezelfde allergie gehinderd worden heeft een nog veel grotere kans op het krijgen van een allergie, namelijk meer dan 70%. De verschillende cijfers in de westerse landen laten ruwweg een verdubbeling van de allergische patiënten zien, dit in pakweg de laatste 30 jaar!
Een aantal punten die hierbij een rol kunnen spelen:
  • er worden steeds meer voedingsproducten voorbewerkt (werken ... werken, weinig tijd, gemakkelijk en snel klaar);
  • de dwang tot presteren zadelt menigeen met een knappe partij chronische stress op (weer een nieuwe auto, het huis verbouwen, hulp in de huishouding, kinderen naar de crèche, de hypotheek of de zoveelste vakantie dit jaar zullen toch weer allemaal betaald moeten worden);
  • een grotere hygiëne voor kind en ouders (iedere dag de vuile was de wasmachine in, vaak douchen of badderen met zeepjes en zo...);
  • kwalitatief minder eten en drinken (misschien ook wat veel snoep, chips en flesjes of pakjes met gekleurde frisdrank?);
  • kwantitatief meer eten en drinken;
  • vaccineren gebeurt bij kinderen vaker en al op jongere leeftijd (immuunsysteem?);
  • televisie, spelcomputers enzo, kinderen hangen vaak meer in huis dan dat ze op de straat ravotten (minder beweging en 'frisse lucht');
  • menig arts schrijft tegen allerlei ziekten antibiotica, vaak breedspectrum antibiotica, voor (darmflora en immuniteit?).
Deze forse toename zal toch niet enkel en alleen aan erfelijke factoren toegeschreven kunnen worden...?

Allergenen


Een allergeen is een stof die, bij daarvoor gevoelige mensen, een allergische reactie uitlokt. Dit kan een chemische stof of een koolhydraat zijn maar het is meestal een eiwit die het allergisch reageren veroorzaakt. Er zijn talloze allergenen bekend. Hier een aantal soorten allergenen:
  • Contact-allergeen. Een contactallergeen kan het lichaam binnenkomen via de slijmvliezen of de huid. Via de huid wekt dit allergeen veelal een vorm van eczeem op. Dit kan optreden door stoffen die je aanraakt (contact) zoals bepaalde cosmetische producten, waspoeder, zeep, het dragen van goud of nikkel (een horloge of sieraden) dan wel contact met chroom.
    Verder kan het contact met bloembollen (als beroep), zeker wanneer de huid beschadigd is, ook problemen opleveren. Vooral de hyacint staat hier om bekend maar ook de bollen van de narcis en tulp kunnen allergische klachten geven. Veelal praten we hier dan over allergie van het vertraagde type (type IV). De allergenen die het lichaam via de luchtwegen binnen komen lossen na contact in het slijmvlies op. Zie ook contact allergie lager op deze pagina.

  • Foto-allergeen. Een stof (allergeen) die de huid abnormaal gevoelig laat reageren op licht of zonlicht. Het resulterende verschijnsel lijkt vaak op eczeem. Ook van verschillende geneesmiddelen is bekend dat ze tot een fotoallergische reactie aanleiding kunnen geven. Als voorbeeld hier de tetracyclinen zoals doxycycline, minocycline en tetracycline. Deze tetracyclinen bezitten een breed werkingsspectrum (breedspectrum antibiotica) en hebben onder andere een verstoring van de darmflora en fotosensibilisatie als risico. Zie ook foto allergie lager op deze pagina.

  • Inhalatie-allergeen. Dit allergeen roept een afweerreactie in de luchtwegen op. Dit betreft dan veelal huisstof (uitwerpselen van de huisstofmijt), pollen (van allerlei bomen, grassen, planten, kruiden en struiken), schimmels, veren en de haren van huisdieren zoals honden, katten (roos) en vogels.

    Bij boompollen gaat het dan voornamelijk om de stuifmeelkorrels van de berk, eik, els of hazelaar. Tijdens droog, warm en winderig weer zijn de verschijnselen van hooikoorts het meest hevig. Wanneer het regent of na een regenbui zijn de klachten veel minder, er zweeft dan immers beduidend minder stuifmeel door de lucht. De hoofd bloeiperiode van bomen, grassen en kruiden beslaat al gauw een kleine negen maanden. De bloeiperiode ervoor en erna nog eens een maand of twee. En dan zijn er gedurende de herfst nog de sporen van schimmels die ook een sterk allergene werking kunnen uitoefenen...

    Tijdens een poging om de huisstofmijt, of eigenlijk de uitwerpselen van deze mijten, uit te bannen zal de stofzuiger erg veel overuren moeten draaien. Het is de vraag of dat zal gaan lukken. Dan is een lagere luchtvochtigheid in huis misschien wel gemakkelijker te bereiken (ventileren).

  • Test-allergeen. Verschillende testallergenen kunnen ingezet worden door een allergoloog of dermatoloog om zo een oorzaak en aard van een allergie te bepalen. De patiënt kan het verdachte allergeen inademen of de stof wordt in de huid geprikt. Zo'n test wordt ook wel provocatietest genoemd. Voor diagnostiek en therapie kan er naast test-allergenen ook gebruik gemaakt worden van allergeen extracten. Een allergeenextract bevat dan één of meer allergenen. Zie ook immuuntherapie lager op deze pagina.

  • Voedings-allergeen. Deze soorten allergenen kunnen een allergische reactie opwekken na het verorberen van voedsel. Het allergeen komt dan via het maag-darmkanaal het lichaam binnen. Melk (koemelk), eieren, vis, schaaldieren, diverse noten, chocolade en de pinda als veroorzaker (medium) komen vaak voor. Zie ook voedsel allergie lager op deze pagina.

Sensibilisatie


Sensibiliseren betekent gevoelig maken of worden. Omdat we het hier over allergieën hebben betekent het: overgevoelig. Sensibilisatie is dan de invloed die het inwerken van antigenen op het lichaam heeft. Deze inwerking veroorzaakt een allergie of vormt antistoffen. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid (dosis) en aantal keren (de frequentie) met de tijdsduur van blootstelling aan het allergeen.

De typen allergische reacties


Allergische aandoeningen kunnen worden ingedeeld naar:
  • aard van het allergeen, zoals de huisstofmijt, stuifmeel (pollen) of een voedingsmiddel.
  • ernst; lastig, chronisch en ziekmakend of levensbedreigend.
  • gebondenheid aan een orgaan of organen; de huid, longen, neus of ogen.
  • symptomen als; astma, eczeem, rinitis (neusslijmvlies ontsteking) of netelroos (urticaria).
  • tijdsbeloop, namelijk acuut of chronisch.
Nog steeds veel gebruikt wordt de typologie van Coombs en Gell met 4 typen:
  • Type I, met immunoglobuline-E (IgE) als mediator. De verschijnselen worden al na korte tijd merkbaar. Men praat zodoende ook wel over een directe dan wel onmiddelijke allergie. Bij type I allergie treedt degranulatie van mestcellen - het uitstoten van granula - op en komen er verschillende stoffen (mediatoren), waaronder histamine, vrij. Hierbij ontstaan er, vaak reeds binnen het kwartier, na contact met het allergeen zichtbare verschijnselen.

    De stof histamine staat bekend als een belangrijke neurotransmitter en lokale signaalstof (mediator). Dit amine wordt vooral in mestcellen (mastocyten) in weefsels en in basofiele granulocyten in het bloed gevormd uit histidine. Histamine is betrokken bij ontstekingen en allergische reacties. Het veroorzaakt onder andere een verwijding van bloedvaten, doet de bloeddruk dalen en stimuleert het samentrekken (de contractie) van de gladde spieren (musculatuur) van de bronchiën. Dit samentrekken van spieren kan gevolgen hebben zoals astma of bronchospasmus, een kramptoestand van de bronchiale spieren. De type I, atopische allergie of syndroom heeft vaak een achtergrond die erfelijk constitutioneel is. Type I allergie noemde men vroeger humorale allergie of hyperergie.

  • Type II, met IgG of IgM als mediator. Een type II allergie noemt men ook wel cytotoxische allergie. Cytotoxische stoffen (cytotoxinen) kunnen aanleiding geven tot hyperreactiviteit.

  • Type III, met IgG als mediator. Een andere naam voor type III allergie is immuuncomplex-allergie. IgG antistof samen met het allergeen vormen het immuuncomplex. Na contact met het allergeen volgt een allergische reactie meestal binnen aan aantal uren.

  • Type IV, met voornamelijk macrofagen en T-lymfocyten in actie. De type IV allergie noemt men ook wel cellulaire allergie of vertraagd type overgevoeligheid (VTO). Reacties treden pas na langere tijd op, vaak pas na meer dan 24 uur na contact met het allergeen. Dit type allergie is vaak verantwoordelijk voor allergisch contacteczeem.
De praktijk wijst vaak uit dat een allergie zich niet eenvoudig, als type I t/m IV, in een hokje laat stoppen. Deze vier typen komen in de praktijk niet noodzakelijk los van elkaar voor. De type I en type IV reacties blijken het meest vaak voor te komen.

Verschillende vormen van allergie


Een aantal vormen waarin allergie voor kan komen:

Atopische allergie:

Een atopische allergie wordt ook type I allergie genoemd. De meest bekende atopische aandoeningen zijn onder andere: allergisch astma, constitutioneel eczeem, hooikoorts - de pollenziekte, pollinose of pollinosis - en netelroos (urticaria). Atopie is een vorm van overgevoeligheid die voortkomt uit een reactie tussen een allergeen en celgebonden antistoffen (IgE). Atopische ziekten zijn vaak erfelijk bepaald.

Anafylactische allergie:

Anafylaxie, anaphylaxis of anafylactische allergie. Elk allergeen kan een anafylactische shock veroorzaken. Dit blijkt voornamelijk voor te komen als reactie op bestanddelen in de voeding, insectenbeten en geneesmiddelen zoals penicillinen. Deze shock zal de eerste keer dat iemand blootgesteld wordt aan een allergeen niet optreden. Na deze sensibilisatie - het gevoelig of overgevoelig maken - kan een tweede contact met dit allergeen echter wel een anafylactische shock teweegbrengen. Anafylaxie is een plotselinge (acute), algehele allergische reactie die zelfs ernstig en levensgevaarlijk kan zijn.
Deze heftige reactie ontstaat wanneer een allergeen in de bloedbaan terechtkomt en met IgE (immunoglobuline-E) antistoffen reageert waarbij er overdrachtstoffen (mediatoren) massaal vrijkomen. Dit kan veranderingen in verschillende organen triggeren zoals de bloedsomloop, het hart, de huid, de luchtwegen en het maag-darmkanaal. Deze verschijnselen kunnen dan uiteindelijk tot shock aanleiding geven. De anafylactische allergie wordt ook als type-I-reactie ingedeeld.

Op een anafylactische reactie gelijkend is de anafylactoïde reactie. Deze reactie treedt al bij het eerste contact op maar valt niet onder allergische reacties omdat de immuun antistoffen hierbij niet actief zijn. De reactie kan optreden bij het injecteren van bijvoorbeeld contrastvloeistof die voor röntgenonderzoek nodig is of bepaalde geneesmiddelen.

Auto-allergie:

Auto-allergie is een auto-immuunreactie van het lichaam waarbij, tegen eigen lichaamsweefsels gerichte, antistoffen gevormd worden. Het immuunsysteem blijkt hierbij niet in staat te zijn om onderscheid te maken tussen lichaamseigen en lichaamsvreemd materiaal. Vaak ontstaan er hierdoor ontstekingen van bloedvaten en ontstekingreacties.

Contact-allergie:

Een contact-allergie is een allergische reactie van de huid, bij contact van de huid met een stof (alleregeen) waar men overgevoelig voor is. Zoals bijvoorbeeld bij horloges of sieraden (nikkel, goud) kan voorkomen. Zie ook contact allergeen hoger op deze pagina.

Foto-allergie:

Een foto-allergie is een overgevoelige reactie van het afweersysteem van de huid op inwerking van licht (foto-sensibilisatie). Hierbij is een immunologisch mechanisme betrokken en het kan optreden na inname van bepaalde stoffen (fotosensibilisator) zoals medicijnen of voeding. Een fotoallergie wordt ook wel zonneallergie of lichtdermatose genoemd. Zie ook foto allergeen hoger op deze pagina.

Koude-allergie:

De koude-allergie is een reactie op plotselinge blootstelling aan koude die lijkt op een allergie.

Kruis-allergie:

Bij een kruisallergie treedt er een overgevoeligheidsreactie op bij contact met een stof waar men niet overgevoelig voor was. Doordat deze stof chemisch echter heel erg lijkt op een stof waar men wel overgevoelig voor is, de reeds verworven allergie, treedt kruis-allergie op.

Snelle type allergie:

Het snelle type allergie is een specifieke reactie op een stof waar iemand overgevoelig voor is waarbij het reageren snel, soms al na enkele seconden of minuten, tot stand komt. Men noemt het snelle type allergie ook wel onmiddelijke reactie of vroege respons reactie. Er kan hier bij voorbeeld sprake zijn van hooikoorts (pollinose of pollinosis) of de huisstofmijt.

Trage type allergie:

Naast het trage type allergie wordt er ook gesproken over late respons reactie of vertraagde reactie (allergie). Het trage type allergie is de reactie op stoffen waar iemand overgevoelig voor is. Hierbij komt de reactie pas later - op zijn vroegst enkele uren, maar meestal één of meerdere dagen na contact met het allergeen - tot stand. Dit type allergie uit zich veelal in de vorm van contacteczeem. Dit na sensibilisatie door een verscheidenheid aan cosmetische producten, metalen, micro-organismen, plantaardige stoffen, geneesmiddelen enzovoorts.

Voedsel-allergie:

Voedselallergie is een overgevoeligheid voor bestanddelen in de voeding waardoor allergische reacties tot stand komen. Een allergie voor voeding is een best veel voorkomende aandoening welke dikwijls al als zuigeling of baby begint. Vaak is huiduitslag zoals eczeem het eerste teken van deze overgevoeligheid. Wanneer het kind ouder wordt niet zelden gevolgd door allergisch astma, hooikoorts (seizoengebonden allergische rinitis) of een andere atopische ziekte.

Wanneer er bepaalde sterk werkende allergenen in de voeding zitten kunnen sommige mensen daar zeer heftig op reageren. Dit zelfs wanneer er daarvan maar een heel kleine hoeveelheid wordt genuttigd. Het blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig om een voedselallergie van een intolerantie voor voedsel te onderscheiden. Een voedselintolerantie is geen allergische reactie, het kan zijn dat het niet verdragen van bepaald voedsel te maken heeft met het ontbreken van een eiwit (enzym). Dit enzym is dan juist nodig om dit voedsel goed te kunnen verteren. Bij het verschijnsel voedselintolerantie is er helemaal geen sprake van een aan het immuunsysteem gerelateerde werking.

Het bestrijden


Als therapie bij de verschillende vormen van allergie zijn onder andere inzetbaar:

Antihistaminica:

Een antihistaminicum behoort tot de meest gebruikte middelen om allergieën, uitgezonderd astma, te behandelen. Een deel van de antihistaminica veroorzaken slaperigheid of sufheid. Verder kunnen ze onder andere een droge mond, hoofdpijn, huiduitslag, een slecht coördinatie vermogen, duizeligheid, wazig zien en problemen met plassen (mictie stoornis) veroorzaken. Het merendeel van deze middelen bezit ook een kalmerende werking (sedatie) en kunnen een actief bestanddeel vormen van slaapmiddelen.
Antihistaminica worden voorgeschreven om via de mond (oraal) ingenomen te worden - als dragee, drank, stroop of tablet - of in de vorm van druppelvloeistof dan wel injectievloeistof. In de drank, druppels en stroop tref je vaak benzoaten (methyl- of propyl-) als conserveermiddel aan.

Adrenaline of epinefrine:

Een aanval van astma wordt ook wel met epinefrine behandeld door het geven van injecties onder de huid. Bijwerkingen kunnen hoofdpijn, trillende spieren en een versnelde hartslag zijn. Sommige allergische patiënten die al eerder een anafylactische shock hebben doorgemaakt dienen voor noodgevallen altijd een injectiespuit met epinefrine bij zich te dragen.

Bronchodilatantia:

Men spreekt naast bronchodilatantia ook over bronchodilatatoren, bronchusverwijders, bèta-adrenerge receptorantagonisten of bèta-sympathicomimetica. Ook deze middelen worden gebruikt om een plotseling aanval van astma te voorkomen. Door het prikkelen van specifieke receptoren treedt er een verwijding van de luchtwegen (bronchi) op.

Corticosteroïden:

Afgeleid van hydrocortison vormen de corticosteroïden een groep, inwendig als wel uitwendig toegepaste, synthetische geneesmiddelen. Een lokaal onderdrukkend effect op ontstekingen hebben de corticosteroïden die door middel van inhaleren worden gebruikt (inhalatie corticosteroïden). Deze manier van innemen is eigenlijk het minst slecht omdat de dosis veel kleiner kan zijn. De actieve bestanddelen in het inhalatie medicijn komen immers direct in de longen terecht. Langdurig via de mond (oraal) ingenomen corticosteroïden kunnen onder andere leiden tot botontkalking, maagbloeding, psychische problemen, toename van gewicht, verhoogd bloedglucose, vertraging in de groei bij kinderen en vroegtijdige staar. In het algemeen gesproken onderdrukken deze middelen de afweer, koorts, ontsteking, pijn en het gevoel van ziek zijn. Corticosteroïden worden vaak gebruikt om de symptomen van astma te onderdrukken.

Cromoglicaten:

Cromoglicinezuur remt ontstekingen en werkt preventief tegen allergische reacties. Aangezien het heel vaak onduidelijk is wanneer je met een allergeen in contact gaat komen zal dit middel voortdurend gebruikt moeten worden (profylactisch of preventief). Wanneer een astma aanval al is begonnen, het eczeem reeds zichtbaar is of de hooikoorts weer heeft toegeslagen sorteert cromoglicinezuur geen effect meer. Het vrijkomen van onder meer histamine wordt door een soort stabiliseren van de membranen van mestcellen tegengewerkt. Cromoglicinezuur kan met een verstuiver of inhalator worden gebruikt (tracheaal) tegen reacties van astmatische aard. Verder wordt het ook geleverd als drank in een ampul, in de vorm van granulaat (korrels) die bedoeld zijn om in water opgelost te worden (sachets) of als oogdruppels. De bijwerkingen van deze middelen blijken over het algemeen mild te zijn, voornamelijk plaatselijke (lokale) irritaties.

Elimineren:

Allergie is knap vervelend. Het zoveel mogelijk uitschakelen van externe factoren is misschien een oplossing. Voor mensen met een overgevoeligheid ligt een allergische aanval immers overal op de loer. Je kunt bijvoorbeeld besluiten niet meer bij je buurman op bezoek te gaan, want hij rookt. Of je vermijdt het huis van je oma of tante want die hullen zich in allerlei cosmetica en parfummetjes. In huis bij weer verschillende andere mensen wordt je gehinderd door een cavia, hond, kat, konijn, kooi met vogels of ik weet niet wat voor 'huisdieren' men zoal in hun kamers heeft. Buiten op straat loop je in de walm van auto's en niet te vergeten tweetakt brommertjes. Wil je jezelf niet sociaal isoleren dan wordt het misschien wel knap lastig met het elimineren van omgevingsfactoren. Om maar niet te denken aan een allergische boer met zijn vee, mensen die proeven met dieren doen of ze africhten dan wel in een dierenasiel werken...

En dan zijn we toch nog even de eigen woning vergeten. De hiervoor genoemde zaken staan natuurlijk ook hier als een paal boven water. Maar dit levert misschien wel een soort sanering van de eigen woning met omgeving op. Denk hierbij onder andere maar aan meubels, tapijt, wasmiddelen, zeep en het beddengoed. De huisstofmijt blijkt zich in katoen erg goed thuis te voelen...

Een zogenoemd eliminatiedieet kan nuttig zijn om de oorzaak van een allergische reactie op te sporen. Er wordt geen voedsel meer gegeten wat de verschijnselen mogelijk veroorzaakt. Na enige tijd, wanneer er geen allergische reacties meer optreden, worden de uit de normale voeding geschrapte voedingsmiddelen weer stuk voor stuk aan het dieet toegevoegd. Op deze manier kan er bepaald worden voor welk voedingsmiddel of middelen iemand allergisch is.

Immuuntherapie of immunotherapie:

Deze vorm van therapie noemt men ook wel desensibilisatie of hyposensibilisatie. Dit gebeurt met behulp van injecties met allergenen welke echter met de nodige voorzichtigheid dienen te worden toegepast. Er wordt steeds begonnen met een lage dosis allergenen die onder de huid (subcutaan) ingespoten wordt. Latere injecties worden in een oplopende dosis gegeven. Deze manier van behandelen moet de aanmaak van antistoffen door het lichaam stimuleren en het lichaam zodoende minder gevoelig maken.

Voor mensen die gehinderd worden door een voedselallergie wordt deze therapie meestal afgeraden. Afgeraden, omdat de kans op een anafylactische shock zeker niet denkbeeldig is. Verder blijken sommige allergieën en verschillende mensen er minder goed op te reageren. De desensibiliserende injecties kunnen op hun beurt ook allergische reacties veroorzaken. Hierbij valt te denken aan benauwdheid, hoesten, jeuk, niezen, opvliegingen, piepende ademhaling of rode bulten.

Desensibilisatie past men het meest vaak toe bij mensen die allergische reacties hebben op de huidschilfers van dieren, de huisstofmijt, insectengif (bijen en wespen) of pollen van bomen en planten. De hyposensibilisatievloeistoffen die hiervoor worden gebruikt kunnen bij voorbeeld extracten van de berk (berkepol), graanpol, grassen, huisstofmijt, bijegif, hommelgif, wespegif of bijvoet zijn. Verder kan de bovenste laag van de huid (epitheel) zoals van een kat voor het bereiden van deze vloeistof gebruikt worden. Er bestaan ook mengsels (mix) van boompollen, graspollen en kruidenpollen. De kosten van deze vloeistoffen blijken nogal pittig te zijn.

In de praktijk blijkt het behandelen met medicijnen in wisselende mate succes op te leveren.

De alternatieve methoden


Er zijn duidelijk vriendelijker manieren om het lichaam te helpen van de allergische reactie af te komen of deze te verminderen. De Helianthus biedt u naast bioresonantie, orthomoleculaire therapie of homeopathie verschillende therapie mogelijkheden zoals:
  • Acupunctuur. Deze allergie pagina heeft zijn eerste onderliggende broertje gekregen. De pagina gaat over het volgens de TCM (traditionele Chinese geneeswijzen) behandelen van verschillende allergische aandoeningen zoals astma en eczeem. U vindt er hoofdstukken over het met acupunctuur behandelen van door allergie veroorzaakt astma, hooikoorts, hoesten, eczeem en voedselallergie. Veel hierbij gehoorde klachten zijn natuurlijk eczeem en jeuk. De pagina: allergie en acupunctuur volgens de TCM.
  • Ayurveda. Mensen die allergische klachten hebben of een intolerantie voor bijvoorbeeld melk kunnen ook best baat vinden bij een behandeling met Ayurveda. Er zijn met behulp van ayurvedische kruiden en preparaten verschillende mogelijkheden om een allergie of intolerantie te lijf te gaan.
U kunt vanzelfsprekend de praktijk bellen om zo de mogelijkheden te bespreken.
Voetnoot:
[1] We zien nu - in begin 2009 - dat er al een percentage van 30-40% mensen een allergische aanleg heeft, dit dan vooral onder de jong volwassenen. Men voorspelt dat ongeveer de helft hiervan werkelijk klachten krijgt. Het hierboven aangehaalde onderzoek zal ongeveer in 1988 gedaan zijn.
Omhoog