Voedingsmiddelen testset volgens Dr. Schumacher
Het menselijk lichaam kan ook op
verschillende stoffen in onze gewone dagelijkse voeding overgevoelig
reageren. Helaas is het niet voor een ieder van ons vanzelfsprekend om
elke week probleemloos groenten, brood, melk, noten, een pak spinazie
uit de diepvries of een opengetrokken pot tuinbonen te eten ...
Zoals beloofd op het overzicht ook op
deze pagina geen rechttoe-rechtaan lijst maar alle te testen items
opgesmukt met een stukje tekst.
Hieronder staat dus de lijst met voedingsmiddelen die met behulp van
deze testdoos van Dr. Schumacher en de Bicom of met Electroacupunctuur uit
te testen zijn ...
Ze staan ook op deze
pagina weer in alfabetische volgorde. De links in de tabel hieronder
brengen u direct naar het gekozen item in de lijst en vandaar kunt u,
terug omhoog,
weer naar deze tabel of gewoon naar beneden scrollen.
De tabel met testampullen
De voedingsmiddelen testampullen
Genotmiddelen:
- Cacao en chocolade. De cacaoboom of Theobroma levert
ons zaad oftewel bonen waarvan we chocolade kunnen fabrieken. De basis
van chocolade bestaat uit cacao, (veel) suiker en cacaoboter.
Vervolgens kunnen we er een reep, tablet, plak of een letter (denk aan
Sinterklaas) van maken.
- Honing. Honing wordt gewonnen uit de cellen
(honingraat) van een bijenkorf waarin de werkbijen of Apis deze zoete,
stroperige stof verzameld hebben.
- Koffie. Een heester van het geslacht Coffea staat
borg voor ons dagelijkse 'bakkie' koffie. Zoals bekend gebruiken we
hiervoor de aromatische gebrande bonen of eigenlijk de vruchtpitten.
- Suiker. Suiker wordt hoofdzakelijk verkregen uit de
suikerbiet ofwel beetwortel (Beta vulgaris) en suikerriet. De pulp
wordt als veevoeder benut.
- Thee. Thee maken we, als aftreksel, uit de gedroogde
bladeren van de Thea. Het is een groen blijvende heester. We kennen
talloze soorten thee en de melange's die ook van bloemen gemaakt kunnen
worden.
Graan
en koren:
- Boekweit.
Boekweit is een melige uit Azië ingevoerde graansoort
(Fagopyrum) die ook als veevoeder gebruikt wordt. Op zandgrond kan ook
een wilde soort boekweit groeien: de reeboekweit.
- Gerst.
Een bekend graangewas is gerst of Hordeum, gewestelijk ook wel garst
genaamd. Gerst wordt ook wel gebruikt als grondstof voor sommige
soorten bier en gerstewijn. Men kan er ook gerstepap of gort van
fabrieken.
- Gierst.
Gierst, ook weer een graangewas, wordt ook wel als voer voor vogels
toegepast. Wij kunnen er echter veel meer mee, jammer alleen dat je er
huiduitslag van kunt krijgen. Een paar voorbeelden: koek, pap, meel en
gierstemelk.
- Gist.
Voor het bakken van allerlei brood en gebak kunnen we niet om gist
heen. Zonder toevoeging van wat gist kunnen we het rijzen van het
beslag wel vergeten. Er bestaat ook een gist, de Faex medicinalis, die
geschikt is voor geneeskundige toepassing.
- Gluten.
Het woord gluten komt uit het Latijns en betekent lijm. Zo zit er aan
de eiwit bevattende korrels van een graan kleefstof oftewel gluten.
Sommige mensen zijn hier vanwege de toxische werking gevoelig voor.
Gluten vinden we in gerst, haver, rogge en tarwe.
- Haver.
Haver of Avena is een korensoort uit de familie der grassen dat heel
bekend is. Men verbouwd verschillende rassen en tijdens de bloei zie je
op het veld grote pluimen. Ook van de haver bestaat er weer een wilde
(onkruid) soort. Een aantal bierbrouwers maken eveneens gebruik van
haver.
- Mais.
Ook mais is een graansoort. In de winkel kunnen we de gehele kolf maar
ook de korrels in blik of pot kopen.
- Rijst.
Rijst of Oryza, weer een graansoort, is van oorsprong afkomstig uit
Zuid-Azië maar wordt tegenwoordig in diverse warmere landen
gekweekt. Er bestaan talloze variëteiten van. We kunnen met
rijst van alles aanvangen: gewoon rijst eten, er rijstebrij van maken,
rijstebrood of rijstekoek bakken, rijstepap koken of er rijstbrandewijn
van stoken.
- Rogge.
De bekende graansoort rogge of Secale heeft lange halmen en bezit een
wortel die vezelig is. De meest bekende verschijning op ons bord is
natuurlijk het roggebrood maar er kan ook bloem, meel en pap van
gemaakt worden.
- Sesam.
In tropische en subtropische landen vinden we het oliehoudende sesam of
Sesamum gewas. We kennen natuurlijk allemaal de heerlijk geurende en
smakende zaadjes ervan: het sesamzaad. We kunnen er ook olie uit persen
of er koek voor het vee van maken.
- Spelt.
Er wordt ook een grove robuuste tarwesoort gekweekt: spelt of Triticum.
Bij het losmaken van de bruinrode korrels uit de aren (dorsen) blijven
de schutblaadjes (het kaf) zitten. Het fijne speltmeel kan gebruikt
worden om er brood en koek van te bakken. Deze producten kom je
bijvoorbeeld in de reform winkel tegen.
- Tarwe.
Vooral op kleigrond gedijd de tarwe, net als het spelt een plant uit de
familie der grassen (Triticum). Van het uit de tarwekorrel bereide meel
kunnen we allerlei producten bakken. Uit gekiemde tarwe kunnen we een
nogal vette olie slaan, de tarwekiemolie.

Groente:
- Aardappel.
De aardappel rangschikt onder de familie der nachtschaden (Solanum).
Hij groeit als knol onder de aarde.
- Boon.
We eten bonen als zaad uit de peulvrucht van een peulgewas en ze zijn
eigenlijk winterkost. We kennen onder andere bruine en witte bonen.
- Erwt. Een vlinderbloemige plant, de Pisum, levert ons
nagenoeg rond zaad: de erwt.
- Spinazie.
Wanneer we spinazie op tafel zetten eten we het blad van een moesplant,
de Spinacia.
- Tomaat.
Ook de tomaat is een plant uit de familie der nachtschaden. We eten
daarvan de wat appelvormige rode vrucht.
- Ui.
De ui of Allium is een hevig ruikend bolgewas (tranen in de keuken!).
We kunnen hem bakken, stoven, aan een salade toevoegen of er soep van
koken.
- Wortel.
De Daucus plant voorziet ons van de rode wortel of peen. Er bestaat ook
een soort die wit is maar die eten wij zelf niet.
Kippenei:
- Eigeel. Het geel of de dooier van een ei heet gewoon
eigeel.
- Eiwit. De dooier van het ei wordt omsloten door een
witte vloeibare stof: het eiwit.
Kruiden
en specerijen:
- Anijs. De anijs of Pimpinella is een schermbloemige
plant die ons deze apart ruikende vruchtjes bezorgt.
- Karwij. Karwij of Carum is een schermbloemig specerij
gewas dat dit aromatische zaad voortbrengt.
- Kerrie. Kerrie is een specerij die oorspronkelijk uit
Oost-Indië komt.
- Paprika. De Capsicum, een plant uit de familie van de
nachtschaden, levert ons deze wel zeer bekende vrucht.
- Peper. De peperboom of Piper levert ons de
peperbessen. Ik weet niet hoe het bij u is maar bij ons wordt er
dagelijks aan een van de pepermolens gedraaid.
- Peterselie. De alom bekende peterselie of ook wel
pieterselie is een moesgewas uit de familie der schermbloemigen. We
gebruiken het vaak voor het garneren van schotels.
- Selderie. Ook de selderie of Apium is een
schermbloemige moesplant. We kunnen er de knol, de stengels en het blad
van gebruiken.
Melk:
- Geitemelk.
- Koemelk.
- Melksuiker. Melksuiker of lactose wordt gewonnen uit
de wei van melk.
- Paardemelk.
- Schapemelk.
- Soja. Soja wordt gemaakt uit de zeer eiwitrijke bonen
van de sojaplant. Er kan brood, melk, koek, meel, saus en sojaolie van
gemaakt worden.
Noten:
- Amandel. De amandelboom of Prunus brengt de amandel
voort. Deze vrucht heeft een harde doch eetbare pit.
- Hazelnoot. Het is de hazelaar of Corylus die ons de
hazelnoten brengt. Het is een niet zo grote donkerbruine noot voorzien
van een harde bast.
- Kokosnoot. De kokospalm of Cocos levert ons deze
grote schaalvrucht.
- Pinda. De pinda, aardnootje of olienootje groeit aan
de Arachis plant. Ik denk hierbij direct aan pindakaas op m'n boterham! Pinda's behoren eigenlijk tot de peulvruchten.
- Walnoot. De walnoot of ook wel okkernoot komt van de
gewone notenboom of Juglans.
Vis:
- Forel. De forel of Salmo is een zalmachtige vis.
- Garnaal. De garnaal of Crangon is eigenlijk een
kleine soort kreeft.
- Haring. De haring of Clupea, wie kent dit
zilvergrijze visje niet?
- Kabeljouw. Een kabeljauw of Gadus is een toch wel
flinke zeevis met die grote, fletse en uitpuilende ogen.
- Makreel. De stekelvinnige makreel of Scomber behoort
samen met de tonijn tot dezelfde vissenfamilie (Scombridae).
- Mosselen. De mossel of Mytilus is een bekend klein
eetbaar weekdier.
- Paling. De paling of Anguilla is een welbekende zeg
maar slangvormige vis die in zoet water leeft.
- Schol. Een platte vis is de schol of Pleuronectes. We
eten hem meestal gebakken.
- Tong. Een fijn gerecht vormt de tong of Solea. Ook de
tong is een platvis.
- Tonijn. De tonijn of Thunnus is een zeevis die een
lengte van enige meters kan bereiken.
- Zalm. De zalm of Salmo is een weekvinnige vis die
enige tientallen kilo's zwaar kan worden. We vangen hem vanwege zijn
lekkere, roodkleurige vlees. In een van mijn keukenkastjes staat
eigenlijk altijd wel een blikje tonijn en zalm paraat.

Vlees:
- Eend.
Een eend is zo'n raar waggelend vrouwelijk beest gewapend met een brede
hoornachtige snavel. Er bestaan talrijke soorten eenden waarvan de
mannekes een woerd genoemd worden.
- Gans.
De gans is ook een eendachtige gehinderd door dezelfde gang. Waarom
zowel de eend als de gans in scheldwoorden gebruikt worden weet ik
eigenlijk niet. Een stuk vlees op het bord is in ieder geval niet te
versmaden.
- Kalf.
Een kalf is een jong zoogdier, hier praten we dan over een jonge koe.
Een kalf levert ons zo ongeveer dezelfde 'vleesjes' als het rund of een
varken. Ik heb daar alleen geen kroket genoemd.
- Kalkoen.
De kalkoen is een hoenderachtige vogel, gekenmerkt door knobbels aan
zijn kop en hals, uit de fazanten familie. Ook een gebraden kalkoentje
is bepaald niet verkeerd.
- Kip.
Ook de kip heeft voor ons heerlijk vlees in petto. Ik noem er hier maar
weer even een paar: eventueel gevulde kippeborst, bouillon, lever,
pastei, poulet, ragoût en kippesoep.
- Lam.
Een lam is dus een jong (zachtmoedig) schaap. Wanneer je hier aan denkt
loopt het water je uit de mond (ook wel kwijlen). Ik denk dan aan borst
en bout, karbonade en kotelet.
- Paard.
Het paard, we hebben het hier dus niet over een sterrenbeeld, levert
ons worst, biefstuk en paarderookvlees.
- Rund.
Van het rund kan een slager aardig wat fabrieken. Ik denk hier dan aan
onder andere biefstuk, gehakt, haas, rollade en natuurlijk het bekende
runderlapje.
- Varken.
Ook met een eenmaal geslacht varken kun je veel aanvangen. Het voorziet
ons natuurlijk van vlees en spek. Hier even wat voorbeelden: biefstuk,
filet, fricandeau, gehakt (op woensdag!) niet te vergeten, haas,
karbonade, kotelet, metworst of ook wel Gelderse worst en het
varkenslapje.

Vruchten
en fruit:
- Aalbes.
Een heester die Ribes heet brengt ons de aalbes als vrucht. Wij zien
meestal de rode aalbessen in de winkel maar er bestaan ook witte en
zwarte bessen.
- Aardbei.
De aardbei, die er tegenwoordig in de winkels veelal deels wit en groen
gekleurd bij ligt, is een schijnvrucht van een plant uit het geslacht
Fragaria. Hoe hemels een goed rijpe aardbei, met misschien nog wel een
klodder (geen toefje!) slagroom, kan smaken hoef ik waarschijnlijk aan
niemand te vertellen.
- Abrikoos.
Een bekende steenvrucht, de abrikoos, wordt geleverd door een
roosachtige boom: de Prunus. Abrikozen worden vaak op gebakjes
toegepast maar je kan ze ook gedroogd of ingemaakt kopen.
- Ananas.
Ook hier weer een schijnvrucht maar dan van een Bromelia-achtige plant:
de Ananas. Een plak van het vruchtvlees hiervan smaakt, het liefst
getooid met een toef slagroom, ook weer verrukkelijk.
- Appel.
De appel, er blijken honderden soorten van te bestaan, is de vrucht van
de Pirus ofwel appelboom.
- Avocado.
De avocado is een glanzend groene peervormige vrucht van de, in het
centrale deel van de Verenigde Staten groeiende, avocadoboom.
- Banaan.
Ook de banaan of Musa moeten wij uit tropische streken importeren. De
Indiërs noemen hem 'pisang'.
- Citroen.
De citroen of Citrus heeft een zeer kenmerkende sterk zure smaak waar
wij tal van toepassingen voor verzonnen hebben.
- Druif.
Een wijnstok of Vitis levert ons een fijne vrucht: de druif. Van de
rijpe reeds geplukte druiventrossen kun je een heerlijk sapje persen,
ook wel wijn genaamd.
- Framboos.
De framboos groeit op verschillende plaatsen in ons land aan een
roosachtige struik: de Rubus. De vrucht zelf is goed eetbaar maar je
kunt er ook jam, likeur, ijs en limonade mee bereiden.
- Grapefruit.
De grapefruit, die ook wel pompelmoes genoemd wordt, is ook weer een
gekweekte citrusvrucht. Je kunt 'm persen en liefst met vruchtvlees en
al opdrinken.
- Kers.
De kers is een amandelachtige boom (Prunus) en kent verschillende
soorten.
- Kiwi.
Een kiwi, zo'n heerlijk sappige vrucht met dat bruin behaarde pelsje.
Wie kent hem niet?
- Kruisbes.
De kruisbes of Ribes bestaat, al dan niet voorzien van stekels, in
verschillende variëteiten en wordt ook wel doornbes genoemd.
Er wordt zelfs wijn van kruisbessen gemaakt.
- Mandarijn.
Een mandarijn is eigenlijk een kleine geurige sinaasappel die
gemakkelijk van z'n jasje te ontdoen is.
- Papaja.
De Spaanse papaja of Carica is een meloenachtige vrucht. Ze heeft flink
wat zwarte pitjes in haar sappige oranje vruchtvlees.
- Peer.
De peer is een ook weer, als ze tenminste rijp is, sappige vrucht van
de pereboom.
- Perzik.
De perzikboom draagt een sappige smakelijke vrucht die van een dun,
zacht omhullend donsje voorzien is: de perzik.
- Sinaasappel. Een bekende zuidvrucht, de sinaasappel:
wat zal ik er hier dan nog van zeggen ... O ja, hij heeft een oranje
schil.

Zeedieren:
- Gewone kreeft.
Astacuva is de moeilijke naam voor de gewone of rivierkreeft. Het zijn
eigenlijk wonderlijke schepsels met, onder hun schaal, een poot of tien
waarvan er twee van een schaar zijn voorzien. Een bereide kreeft is
rood maar dat komt door het koken. Het is misschien vreemd maar een
kreeft loopt achteruit.
- Krab. Een krab of Brachyura is te herkennen aan haar
zijdelingse gang.
- Langoest. De langoest of Palinurus is een
pantserkreeft die eveneens tien poten telt.
- Oester.
De eetbare oester of Ostrea staat als lekkernij bekend en is een
weekdier in een schelp. Ze wordt gevonden op ondiepe plaatsen in zee
(oesterbank) of kunstmatig gekweekt, zoals in de provincie Zeeland.
- Schelpdieren of mosselen. Eetbare weekdieren van zee
die in een enkele of dubbele schelp leven.
- Zeegarnaal.
- Zeekreeft. De zeekreeft heet Homarus. Hij komt onder
andere in de Noordzee voor.
Een groot aantal van deze voedingsmiddelen wordt door u, mij en de
buurvrouw linksachter, regelmatig zoniet dagelijks genuttigd. Deze
testdoos biedt ons de mogelijkheid een intolerantie in het lichaam ten
opzichte van een negentigtal verschillende voedingsmiddelen aan te
tonen. Dit aantonen oftewel testen gebeurt met het Bioresonantie- of Electroacupunctuur-apparaat.
Mijn eigen verzameling testbuisjes, ik heb deze de 'Helianthus-testset'
gedoopt, groeit ook gestaag. De ene klant neemt een plukje haar van de
kavia mee naar mijn praktijk om dit te laten uittesten. Een andere
klant komt weer met een wonderlijk gekleurde pil aanzetten. Vervolgens
grabbel ik een leeg buisje tevoorschijn en wordt deze gevuld. Zo kan ik
dus de testproducten van de verschillende fabrikanten stapsgewijs
uitbreiden.
Wanneer er een intolerantie of allergie uitgemeten wordt kan deze met Bioresonantie veelal met
goed gevolg behandeld worden.
Copyright
© De
Helianthus - Haarlem. Lid van de VBAG. Laatste wijziging: 22 jul 2008
|