|
|
| Afkorting of woord: |
Verklaring: |
|
|
| T |
1: Thoracaal. 2: Temperatuur. 3: Tensie of druk. 4: Thymidine. 5: Tesla, de eenheid van magnetisme. 6: Threonine, een neutraal essentieel aminozuur. 7: Thymine. |
| T1/2 |
Een afkorting van de halfwaardetijd, de HWT of halveringstijd. |
| T3 |
Trijodothyronine. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek. |
| T4 |
Tetrajodothyronine. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek. |
| Ta |
Symbool voor het tantaal (tantalum) element uit het periodiek systeem. |
| TA |
1: Toxine-antitoxine. 2: Tandarts-assistent of assistente. 3: Terminologia anatomica. 4: Teleangectatische ataxie. |
| TAA |
Thoracaal of thoraco aorta aneurysma. |
| TAAA |
Thoracaal of thoraco-abdominaal aorta aneurysma. |
| TAB |
Een vaccin of inentingsstof wat gebruikt wordt voor het bestrijden van tyfus en paratyfus A of B. |
| Tache |
Vlek. |
| Tacho- of tachy |
In samenstellingen: snel of verhoogd. |
| Tachycardie of tachycardia |
Een versnelde hartwerking van meer dan 100 samentrekkingen of contracties per minuut. |
| Tachyfrasie |
Haastig of zeer snel spreken. |
| Tachypnoe |
Snelle ademhaling. |
| TACM |
Traditionele, alternatieve en complementaire geneeskunde. |
| Tactus |
Gevoel of tastzin. |
| TAD |
Thalidomide, adriamycine en dexametason. |
| Taedium |
Afkeer. |
| Taenia |
Een lintwormsoort. |
| Taeniasis |
Het in het lichaam herbergen van een lintworm, een parasitaire infectie. |
| Taenicidum |
Een middel dat een lintworm kan doden. Het meervoud van zo'n geneesmiddel is taenicida. |
| TAF |
Tumor angiogenesis factor. |
| TA-GVHD |
Transfusie-geassocieerde graft versus host ziekte (reactie). |
| Talk |
In poedervorm gebruikt om de huid in te smeren voelt het vettig aan. Het is waterhoudend magnesiumsilicaat wat weefsel-reacties kan veroorzaken. |
| TAM |
Toetsing aangewende middelen. |
| TAMI |
Trombolyse en angioplastiek bij myocardinfarct. |
| TAN |
Tropische atactische neuropathie. |
| TAO |
Tromboangiitis obliterans. |
| TAP |
Transabdominale punctie. |
| TAPA |
Doelwit van antiproliferatief antilichaam. |
| TAT |
1: Toxine-antitoxine. 2: Thematische apperceptietest. |
| TATA |
Tumor geassocieerd transplantatie-antigeen. |
| TAV |
Terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume. |
| Tb |
Symbool voor het terbium element uit het periodiek systeem. |
| TB |
Traditionele behandelwijze. |
| TBA |
1: Tertiair butylacetaat. 2: Thyroxinebindend albumine. 3: Terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen. |
| TBARS |
Thiobarbituurzuur reactieve substantie. |
| TBC |
Tuberculose. |
| TBE |
Tickborne encefalitis. |
| TBG |
1: Thyroxinebindend globuline. 2: Thyroïdhormoon bindend globuline. |
| TBI |
Totale lichaamsbestraling. |
| TBM |
Tubulair basaalmembraan. |
| TBNG |
Tuchtrecht beroepsbeoefenaren natuurlijke gezondheidszorg, het is een stichting. |
| TBP |
Thyroxinebindend proteïne. |
| TBPA |
Thyroxinebindend pre-albumine. |
| TBW |
Totaal lichaamswater. Het intracellulaire water (ICW) en het extracellulaire water (ECW) vormen samen het totaal lichaamswater (TBW). |
| Tc |
Symbool voor het technetium element uit het periodiek systeem. Technetium vindt zijn toepassing bijvoorbeeld in de nucleaire geneeskunde. Als medische toepassing is slechts een beperkt aantal radioactieve stoffen geschikt. Om ervoor te zorgen dat deze stof op de juiste plaats in het lichaam of orgaan terecht komt wordt er een andere stof mee verbonden. Deze andere, niet radioactieve stof, kan bijvoorbeeld fosfaat zijn zodat het analyseren van botten mogelijk wordt. Zo'n verbinding van stoffen noemt men een 'radiofarmacon'. De halfwaarde tijd van technetium bedraagt ongeveer 6 uur, zodat de stof het lichaam betrekkelijk snel weer ontlast. |
| TC |
1: Telefonisch consult. 2: Totale capaciteit. 3: Totaal cholesterol. 4: Tubacoagulatie. 5: Transcobalamine. 6: T-cel. 7: T-cytotoxisch. 8: Totaal koolstof. |
| TCA |
Tricyclisch antidepressivum. De groep tricyclische antidepressiva bestaat uit de tricyclische stoffen amitriptyline, clomipramine, desipramine, dosulepine, doxepine, imipramine, nortriptyline en trimipramine. Verder nog maprotiline als tetracyclische verbinding. Deze TCA's hebben als duidelijke bijwerkingen onder andere:
- een kalmerende werking (sedatief),
- verminderde hartwerking,
- anticholinergische bijwerkingen,
- een verlaging van de maximale (systolische) bloeddruk wanneer het lichaam in een staande positie wordt gebracht direct na een liggende houding. Dit gaat gepaard met duizeligheid, hartkloppingen en een snelle pols.
Verder zijn er als mogelijke bijwerkingen te noemen; diarree, hoofdpijn, misselijkheid, seksuele stoornissen en slapeloosheid.
|
| TCC |
Tumor-cytotoxische cel. |
| TCDD |
Tetrachloordibenzo-dioxinen. |
| TCDO |
Tetrachloordecaoxygeen. |
| TCE |
Trichlooretheen. |
| T-cel |
Zie voor de T-cellen bij T-lymfocyt. |
| TCG |
Traditionele Chinese geneeskunde, TCM wordt ook vaak gebruikt. |
| TCGF |
T-cel groei factor. |
| TCK |
Traditionele Chinese kruidengeneeskunde. |
| TCM |
Traditionele Chinese geneeskunde, TCG wordt ook gebruikt. |
| TCR |
T-cel receptor. |
| TCV |
Traditionele Chinese voedingsleer. |
| TD |
Toxische dosis. |
| tdd |
Op een recept betekent dit: 3 maal daags. |
| TDI |
Toelaatbare dagelijkse inname. |
| TDM |
Therapeutische geneesmiddelen controle. TDM is het meten der concentratie van geneesmiddelen in het bloed. Men kan zodoende bepalen of de manier van toedienen en de dosering juist zijn. Verder biedt deze TDM de mogelijkheid ter controle van de therapietrouw die een patiënt heeft. |
| TDP |
1: Thymidine-difosfaat. 2: Thiamine-difosfaat, ofwel vitamine B1. |
| TDT |
Terminaal desoxy-transferase. |
| Te |
Symbool voor het telluur (tellurium) element uit het periodiek systeem. |
| TE |
1: Totaal eiwit. 2: Tocoferol-equivalent. 3: Teken-encefalitis. |
| TEA |
Tri-ethylamine. |
| Tela |
Weefsel. |
| TEM |
1: Tri-ethyleenmelamine. 2: Transmissie-electronenmicroscoop. |
| Temperans |
Een kalmerend middel. Het meervoud is temperantia. |
| Tempora |
De slapen of slaapstreek. Het enkelvoud is tempus. |
| Temporaal of temporalis |
Betreffende de slapen of slaapstreek. |
| Temporair |
Tijdelijk of voorbijgaand. |
| Tempus |
Zie tempora. |
| TEN |
Toxische epidermale necrolyse. |
| TENS |
Transcutane electrische neuro-stimulatie. |
| Tensie of tensio |
Druk of spanning. |
| TEP |
Transduodenale endoscopische papillotomie. |
| TEPA |
Tri-ethylfosforamide. |
| TEPP |
Tetra-ethylpyrofosforzuur. |
| TES |
Transrectale endoscopische sonografie. |
| TESE |
Testiculaire sperma extractie. TESE is een micro-chirurgische operatie waarmee bij de helft van de mannen zaadcellen gevonden worden in de zaadbal. Na deze operatie kunnen de zaadcellen in een eicel geïnjecteerd worden. |
| Testosteron |
Een hormoon in het mannelijk lichaam. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek. |
| TF |
1: Trombocyten factor. 2: Transferrine. 3: Tromboplastine of weefsel-factor, de centrale initiator van de bloedstolling. |
| TFA |
Transvetzuur. |
| TFI |
Tubulaire fertiliteits-index. |
| TfR |
Transferrine receptor. |
| TFT |
1: Trifluridine. 2: Drievoudige faeces test. |
| Tg |
Thyreoglobuline. |
| TG |
Tuchtcolleges voor de gezondheidszorg. |
| TGA |
1: Transpositie der grote arteriën. 2: Transiënte globale amnesie. |
| TGF |
Transformerende groeifactor. |
| TGID |
Totale gastro-intestinale decontaminatie. |
| TGM |
Therapeutische genmodulatie is een doel van onderzoek aan de rijksuniversiteit van Groningen. Op de website zegt men dat de ontrafeling van het complete humane genoom met zijn meer dan 25.000 genen zal leiden tot nieuwe mogelijkheden voor de diagnose en preventie van verschillende ziekten. Ook wordt deze kennis gebruikt om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen voor een breed scala aan ziekten. Klinisch gentherapie-onderzoek heeft veelbelovende resultaten opgeleverd bij patiënten met een aangeboren immuun-deficiëntie en hemofilie. Ook bij patiënten met cardiovasculaire ziekten blijkt gentherapie een vermindering van de klachten te bewerkstelligen. Het onderzoek binnen de afdeling therapeutische genmodulatie richt zich op de ontwikkeling van geneesmiddelen voor de therapeutische beïnvloeding van de activiteit van genen. Hiertoe worden genetische geneesmiddelen en toedieningsvormen ontwikkeld voor een specifieke en efficiënte behandeling van verschillende ziekten. Op dit moment richt het onderzoek zich voornamelijk op de behandeling van kanker en chronische ontstekingen. |
| TGN |
Trans-Golgi-netwerk. |
| TGT |
Te gebruiken tot. |
| TGV |
Therapeutische gezinsverpleging. |
| Th |
1: Symbool voor het thorium element uit het periodiek systeem. 2: Thoracale wervel of borstwervel. |
| TH |
1: Tyrosinehydroxylase. 2: T-helper. |
| Thalamus |
Veel centra van gevoels- en zintuigzenuwen zijn
gelegen in dit deel van de tussenhersenen. |
| THB |
Tetrahydrobiopterine. |
| THC |
1: Tetrahydrocannabinol. 2: Tetrahydrocortison. 3: Tetrahydrocurcuminoïde. |
| THD |
1: Thyroxine-hydroxylase-deficiëntie. 2: Telefonische hulpdienst. |
| Theca |
Omhulsel. |
| THF |
1: Tetra-hydro-folaat. 2: Tetra-hydro-foliumzuur. |
| Thiamine |
Vitamine B1. |
| Thorax |
De borst of borstkast. |
| Thr (T) |
Het neutrale essentiële aminozuur threonine. |
| THR |
1: Torsiehoek van de romp. 2: Taille/heup-ratio. |
| THW |
Tegen haar wil. |
| Thy |
Thymine. |
| Thymus |
Zwezerik. |
| Thyro- |
In samenstellingen: met betrekking tot de schildklier. |
| Thyroiditis |
Ontsteking van de schildklier. |
| Thyrotropine |
Thyroïd stimulerend hormoon, afgekort:
TSH. Het gehalte hiervan kan tijdens een bloedonderzoek bepaald worden. |
| Thyroxine |
We vinden dit schildklierhormoon in het bloed
terug. De naam tetrajodothyronine of T4 wordt ook gebruikt. |
| Ti |
Symbool voor het titaan (titanium) element uit het periodiek systeem. |
| TI |
Trimbos instituut. |
| TIA |
Als gevolg van een tijdelijk tekort in de aanvoer van bloed naar de hersenen kan een zogenaamde TIA ontstaan. Hierdoor wordt een verstoring van hersenfuncties ervaren die niet-invaliderend en voorbijgaand is. Men spreekt ook wel van een kleine beroerte. De duur van een TIA varieerd van slechts een paar minuten tot een gehele dag. Doordat de bloedtoevoer zich redelijk snel herstelt vindt er geen afsterven van hersenweefsel plaats. Bij een beroerte of CVA gebeurt dit wel en leidt tot neurologische beschadigingen. Na een TIA is een latere beroerte niet onwaarschijnlijk. |
| TIBC |
Totale ijzer bindende capaciteit. |
| Tibia |
Het scheenbeen. |
| Tibiaal of tibialis |
Met betrekking tot het scheenbeen. |
| tid |
Op een recept betekent dit: 3 maal daags. |
| TIJBC |
Totale ijzer-bindings-capaciteit. |
| Tinctie |
Kleuring. |
| Tinnitus aurium |
Het 'oorsuizen', zonder dat er sprake is van geluid uit de omgeving wat dit veroorzaakt. |
| TIP |
1: Tandheelkundig informatie punt. 2: Telefonisch informatiepunt psychiatrie. |
| TIRN |
Treponema-immobilisatiereactie van Nelson. |
| TISS |
Therapeutisch interventie score systeem. |
| TIT |
1: Treponema-immobilisatie test. 2: Totaal implanteerbaar toedieningssysteem. |
| TIVA |
Totale intraveneuze anesthesie. |
| TJZ |
Tandheelkundige jeugdzorg. |
| TK |
Thymidinekinase. |
| Tl |
Symbool voor het thallium element uit het periodiek systeem. |
| TLB |
Totale lymfoïde bestraling. |
| TLC |
1: Totale longcapaciteit. 2: Dunne-laag chromatografie, een techniek die het mogelijk maakt allerlei moleculen te analyseren. Een aantal voorbeelden hiervan; aminozuren, geneesmiddelen, vet of vetachtige stof en vitaminen. |
| TLD |
Thermo luminescentie detector. |
| TLK |
Totaal lichaams-kalium. |
| T-lymfocyt |
T-lymfocyten of T-cellen zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de door cellen geregelde immunoreactie. Ze zijn, net als de B-cellen, ontstaan uit de stamcellen in het beenmerg. |
| Tm |
Symbool voor het thulium element uit het periodiek systeem. |
| TM |
1: Trimethoprim. 2: Transcendente meditatie. |
| TMB |
1: Tetramethylbenzidine. 2: Tarieven medische beroepen. |
| TME |
Totale mesorectumexcisie. |
| TMF |
Thymidine-monofosfaat. |
| TMG |
1: Trimethylglycine. 2: Temporomandibulair gewricht. |
| TML |
Trimethyllysine. |
| TMM |
Tendo-musculaire meridiaan. TMM's vormen de verbinding tussen het skelet en spierstelsel. Ze verzorgen zodoende de normale bewegingen. |
| TMP |
1: Thymidine-monofosfaat. 2: Thiamine-monofosfaat, ofwel vitamine B1. |
| TMS |
Transcraniële magnetische stimulatie. Deze techniek wordt ingezet voor onderzoek naar de behandeling van stemmen (hallucinaties). |
| TMT |
Angst management theorie. Het was eind jaren tachtig toen Sheldon Solomon deze, nu sterk opkomende, sociaal-psychologische theorie onder woorden bracht. |
| TMTD |
Tetra-methyl-thiuram-disulfide. |
| TN |
1: Tromponine. 2: Totaal stikstof. |
| TNF |
Tumor necrosis factor, wat voornamelijk door macrofagen geproduceerd wordt. |
| TNFR |
Tumor necrosis factor receptor. |
| TNM |
Tumor, nodus en metastasen. |
| TNO |
Toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek. |
| TnT |
Troponine T. |
| TNT |
Trinitrotolueen. |
| TNWT |
Thuiszorg noord-west Twente. |
| TOA |
1: Technisch oogheelkundig assistent(e). 2: Tetracyclisch oxindol alkaloïd. |
| TOB |
Tobramycine. |
| Tocoferol |
Vitamine E. |
| TOF |
Tripartite overleg farmacie. |
| TOG |
Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte. |
| Tolerantie |
De verdraagzaamheid ten opzichte van een
geneesmiddel of stof in de voeding. |
| Toniserend |
1: De tonus vergrotend. 2: Opwekkend of versterkend. |
| Tonsil of tonsilla |
Amandel. |
| Tonsillitis |
Ontsteking van de amandelen in de keel. |
| Tonus |
De spanning in een spier of weefsel. |
| TOPAZ |
1: Topzorg academische ziekenhuizen. 2: Tijdelijk ondersteuningspunt allochtonen in de zorgsector. |
| TOPKI |
Stichting trainings organisatie professionele Kinesiologie. |
| Torderen |
Draaien of torsie toepassen. |
| Torsie of torsio |
Draaiing. |
| Torso |
De romp van het lichaam. |
| Toxalbumine |
Een eiwit wat giftig is voor ons lichaam. |
| Toxemie |
Het voorkomen van toxinen in het bloed. |
| Toxiciteit |
De giftigheid. |
| Toxine |
Een giftige of schadelijke stof. |
| Toxine-antitoxine |
Een mengsel van een bepaald toxine met het tegen dit toxine werkzame tegengif. |
| Toxisch |
Vergiftig. |
| Toxoplasma |
Een geslacht van eencellige parasieten. |
| Toxoplasmose |
Een infectie veroorzaakt door de Toxoplasma gondii. |
| TP |
1: Truncus pulmonalis. 2: Totaal proteïne. 3: Tryptofaan-pyrollase. 4: Trombopoëtine. |
| TPA |
1: Weefsel-plasminogeen-activator. 2: Treponema pallidum agglutinatie. 3: Tetradecanoylforbolacetaat. |
| TPHA |
Treponema pallidum hem-agglutinatie. |
| TPI |
Treponema pallidum immobilisatie. |
| TPMT |
Thiopurine methyltransferase. |
| TPO |
Trombopoëtine. |
| TPP |
1: Thiamine-pyrofosforzuur. 2: Thiaminepyrofosfaat of thiaminedifosfaat, de actieve vorm van vitamine B1. |
| TPR |
1: Therapeut patiënt relatie. 2: Totale perifere stromingsweerstand in de bloedsomloop. |
| TPS |
Theatrale persoonlijkheidsstoornis. |
| TPV |
Totale parenterale voeding. |
| TPW |
Totale perifere weerstand. |
| Trachea |
Luchtpijp. |
| Tractie of tractio |
Trekken. |
| Tractus |
Een streng of bundel vezels. |
| Tranquillizer |
Een kalmerend middel. |
| Transferase |
Transferasen zijn eiwitten (enzymen) die delen van chemische verbindingen op andere overdragen. |
| Transvetzuur |
Op diverse producten uit ons voedingspakket staat zoiets vermeld als: 'geharde plantaardige olie'. De olie in dit product heeft dan een hardingsproces ondergaan. Het is een chemische behandeling van onverzadigd vet waaraan waterstof werd toegevoegd. Door dit proces ontstaan de zogenaamde transvetzuren. Zie ook: hydreren. |
| Trematoden |
Dit zijn zuigwormen waarvan sommige in het bloed kunnen voorkomen. |
| Tremor |
Een beving, siddering of trilling. |
| TRFC |
Transmurale regionale formularium commissie. |
| TrH |
Tryptophaan hydroxylase. |
| TRH |
1: Thyroliberine. 2: Tractus retinohypothalamicus. |
| Tri |
Trichloorethyleen. |
| Trias |
Een drietal. |
| Trichina of Trichinella |
Een zogenaamde haarworm. |
| Trichitis |
Ontsteking van de haarwortels. |
| Triglyceride |
Dit is een wat oudere benaming voor vet. Het is een verestering van glycerol met een drietal vetzuren. Men gebruikt nu de naam triacylglycerol. We vinden deze glycerolen in de meeste dierlijke en plantaardige oliën en vetten. |
| TRIP |
Transfusiereacties in patiënten. |
| Tripeptide |
Een verbinding van drie aminozuren. |
| TRIX |
Transfusie register irregulaire antistoffen en X-proefproblemen. |
| tRNA |
Transport-RNA (ribonucleïnezuur). |
| Trombe, trombus of thrombus |
Een bloedstolsel dat zich aan de binnenkant van de vaatwand vastzet. |
| Trombocyt |
Een kernloos, klein en kleurloos bloedplaatje of bloedcel. De trombocyten hebben als taak de bloedstelping of hemostase te verbeteren. |
| Trombopenie |
Een verlaagd aantal bloedplaatjes. |
| Trombose of thrombosis |
De vorming van bloedstolling in een ader. Wanneer
deze te groot wordt bestaat de kans dat de ader wordt afgesloten. |
| Trp (W) |
Het essentiële, aromatische aminozuur tryptofaan. |
| TRP |
Tubulaire terugresorptie van fosfaat. |
| Truncus |
Buis, stam of slagader. |
| TS |
1: Tubereuze sclerose. 2: Transferrine saturatie. 3: Thymidylaat-synthetase. 4: Totaal zwavel. |
| TSE |
Overdraagbare spongiforme hersenaandoening. |
| TSH |
Afkorting voor het thyroïd stimulerend
hormoon uit de voorkwab van de hypofyse. Het regelt de werking van de
schildklier, we noemen het ook wel thyrotropine. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek. |
| TSI |
Thyroïd stimulerend immunoglobuline. |
| TSN |
Trombose stichting Nederland. |
| TSO |
Tripartite sectoraal overleg. |
| TSP |
Tropisch spastische paraparese. |
| TSS |
Toxische-shocksyndroom. |
| TSTA |
Tumor-specifiek transplantatie-antigeen. |
| TT |
1: Tromboplastinetijd, zie ook: protrombinetijd. 2: Trombinetijd. 3: Trombotest. |
| TTE |
Trans-thoracale echocardiografie. |
| TTG |
Weefsel trans-glutaminase. |
| TTP |
1: Trombotische trombocytopenische purpura. 2: Thymidine-trifosfaat. 3: Thiamine-trifosfaat, ofwel vitamine B1. |
| TTR |
Transthyretine. |
| TTS |
Transdermaal therapeutisch systeem. |
| TTT |
Thymol-troebelingstest. |
| TU |
Testosteron-undecanoaat. |
| Tuba |
Trompet. We kennen de oortrompet en die van de baarmoeder. |
| Tuber |
Een knobbel of zwelling. |
| Tubulus |
Buisje. |
| Tubus |
Buis. |
| TUD |
Technische universiteit Delft. |
| Tumor |
Zwelling, wat een teken van een ontsteking is. |
| Tumormerker |
Een tumormerker is een stof die in onder andere bloed of urine aangetroffen wordt. Zo'n stof moet een aanwijzing geven voor de aanwezigheid van een gezwel of tumor. De concentratie van een tumormerker zou dan ook in overeenstemming moeten zijn met het groter danwel kleiner worden van de tumor. Dit blijkt in de praktijk lang niet altijd betrouwbaar. Sommige, als tumormerker bekende, stoffen kunnen ook van normale cellen afkomstig zijn. |
| TUMT |
Transuretrale microgolf thermotherapie. |
| Tunica |
Een bedekkende laag, omhulsel of vlies. Het meervoud is tunicae. |
| TUR |
Transurethrale resectie. |
| TURP |
Transuretrale resectie van de prostaat. |
| TURT |
Transuretrale resectie van een tumor. |
| TVA |
Transvacceenzuur. |
| TVE |
1: Transvaginale echografie. 2: Transvaginale endoscopie. |
| TVLO |
Totaal verbrand lichaamsoppervlak. |
| TVMD |
Tijdelijke verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening. |
| TWC |
Vertaald is dit het totaal aantal leukocyten ofwel witte bloedcellen. |
| TWK |
Thoracale wervelkolom. |
| TWR |
Tussenwervelruimte. |
| TWS |
Tussenwervelschijf. |
| TWSSV |
Tijdelijke wet stimulering sociale vernieuwing. |
| Tx |
Tromboxaan of thromboxaan. |
| TxA |
Tromboxaan-A. |
| TXS |
Tromboxaansynthetase. |
| Tyr (Y) |
Het aromatische aminozuur tyrosine. |
| Tyrosine |
Een aminozuur. |
| Tyrotoxisme of tyrotoxismus |
De zogenaamde kaasvergiftiging. |
| TZ |
Terugdringing ziekteverzuim. |
| TZD |
Thiazolidinedione, met een verlagende werking op de bloedglucose. |
|
|